AALTENSE FOOTPRINTS IN ALBANIE

Meestal hebben we het over ‘footprint’ in verband met de afstand die een product heeft afgelegd om in onze boodschappenmand te komen. Hoe kleiner de footprint, hoe beter. In dit geval echter gaat het om twee mannen die vanuit DORCAS Aalten naar Albanië gaan om daar al lopend door het noordelijk deel van Albanië bij projecten langs te gaan die door DORCAS zijn geïnitieerd.

Op een zomerse donderdag in april heb ik een ontmoeting met Hans Klumpenhouwer en René Rots in, waar kan het ook anders, het pand van DORCAS.

Hans en René gaan van 1-8 juni 2018 met een groep DORCAS-medewerkers vanuit heel Nederland een week lang door het noordelijk deel van Albanië lopen. De reis staat onder leiding van Ruben Mulder en in Albanië zal een lokale gids hen begeleiden op hun tocht door het noorden. ‘Anders bu’w zo de weg kwiet,’ aldus Hans Klumpenhouwer.

Wat beweegt jullie dit te gaan doen?

Hans Klumpenhouwer vertelt van zijn zoektocht naar weer zin geven aan zijn leven. In achtereenvolgende jaren heeft hij met verschillende soorten kanker te maken gehad.

Hij verloor niet alleen zijn baan maar was ook letterlijk het spoor bijster.Toen kwam DORCAS op zijn pad. Het pand van de voormalige garage Winkelhorst moest aangepast worden om een DORCAS-winkel te worden. Hans die in de bouw had gezeten besloot daaraan mee te werken. Door het werk maar zeker ook door de gesprekken kwam er geleidelijk weer richting in zijn leven. Pas toen is hij zich gaan verdiepen in DORCAS.

Voor René ligt het weer anders. Hij is pas ingestapt toen de vorig jaar geplande reis naar Albanië niet doorging. Iets doen om zijn ‘naober’ mee van dienst te zijn was zijn doel. ‘Nou ja, verre naober dan ‘, zegt hij lachend.

Hans die al veel wandelde in de tijd dat hij met zijn ziekte te kampen had verlangde er al langer naar om eens ter plekke te kijken wat er met het geld van DORCAS werd gedaan. Vorig jaar stuitte hij eind mei op de aankondiging van ‘Eénmiljoen stappen voor gerechtigheid,’een reis naar Albanië, op de site van DORCAS. Zijn vrouw die wel veel met hem mee wandelde zei echter dat zij niet meeging en dat hij dan maar alleen moest gaan. ‘Ik twijfelde. In mijn geval kan ik geen plannen op de langere termijn maken. Elke keer moet ik weer afwachten wat er uit de controle komt. Maar mijn vrouw zei dat ik mij moest opgeven voor die reis al was de controle nog niet geweest. Ik heb toen meteen ook geld ingezameld en baalde er stevig van dat de reis niet doorging omdat ik niet weet of er nog een andere mogelijkheid voor mij komt. Bovendien voelde ik mij schuldig naar de geldgevers toe. Maar er waren te weinig mensen voor een reis.’ René vult aan: ‘Een gedeelte van onze reis gaan we te voet door de bergen om te kijken hoever je met een miljoen stappen komt. Dat aantal staat natuurlijk symbolisch voor wat we met het geld van DORCAS willen doen. Maar om ook letterlijk in de buurt van dat aantal stappen te komen moet er wel een redelijke groep zijn. Dit jaar gaat de reis zeker door.”

Hoe zien die projecten van DORCAS eruit?

DORCAS, daarmee bedoelen we DORCAS Nederland waarvan het hoofdkantoor in Andijk gevestigd is, heeft ongeveer 150 projecten in verschillende landen in Europa en vooral in Afrika. Lokale DORCAS-winkels mogen ook zelf een project starten. ‘Overal waar armoede is daar haakt DORCAS op aan’, aldus Hans Klumpenhouwer. ‘Sinds 1990 zit DORCAS in Albanië. Er zijn zeven projecten. Albanië is het armste land in Europa. Jarenlang heeft de bevolking geleden onder het strenge bewind van Hoxha. In 1985 kwam er een eind aan zijn bewind. Sindsdien bloeit het land geleidelijk op. Echter, het zuiden profiteert het meest van het toerisme. Het noorden is erg ontoegankelijk. De infrastructuur ontbreekt er of is zeer slecht. Het is dan ook in dat gebied waar de bevolking het armst is en waar DORCAS vooral zijn projecten heeft.’ De reisgroep gaat dus lopend van het ene project naar het andere. Ze willen met eigen ogen zien waar het geld blijft. Er zullen ontmoetingen zijn met lokale contactpersonen. René Rots vult aan: ‘De projecten van DORCAS zijn altijd kleinschalig en eindig. Het gaat er vooral om dat de bevolking zelfredzaam wordt. Ruben Mulder vertelde van een project waarbij een boer een koe kreeg. Die kreeg een kalf. Dat kalf werd aan een andere boer gegeven. Toen het zelf een kalf kreeg werd dat weer doorgegeven. Het bleek dat ons project steeds verder ging omdat men steeds weer een kalf doorgaf aan een ander. In het noorden van Albanië was vroeger veel pruimenteelt. Die is nu verwaterd. We zorgen er nu voor dat de boeren een kas krijgen en dan moeten ze zelf aan het werk om er groenten te kweken.’

Hoe wordt gecontroleerd wat er met het geld wordt gedaan?

Zo’n vier keer per jaar moet de plaatselijke pastor verantwoording afleggen aan DORCAS. Dat gebeurt schriftelijk, maar soms ook komt men naar Andijk. Een project krijgt nooit in een keer een grote som geld. Na elke verantwoording wordt gekeken wat er nog nodig is. De bedoeling is dat de bevolking uiteindelijk zonder hulp van buitenaf verder kan. Vurig zegt Hans: ‘Mensen vragen altijd hoeveel er aan de strijkstok blijkt hangen. De meeste hulporganisaties houden zo’n 25% zelf. Die is nodig voor o.a. transport van goederen en begeleiding van lokale mensen. DORCAS doet het met 15%. Dus er komt meer bij de mensen terecht.’

DORCAS organiseert reizen voor mensen die op wat voor manier dan ook betrokken zijn bij de organisatie. Zo kan men zelf zien wat er met het geld van donoren wordt gedaan. Ook dat is een vorm van controle. Elk jaar wordt er een reis georganiseerd. Voor Hans was het even afwachten of hij dit jaar wel mee kon naar Albanië. Maar gelukkig is hij van de partij. René en hij kijken erg uit naar de reis.

‘Mensen kunnen nog steeds geld doneren. Gewoon naar www.1miljoenstappenvoorgerechtigheid gaan. Warm aanbevolen.’

Mocht u enthousiast geworden zijn door het verhaal van Hans en René dan kunt zich ook als vrijwilliger voor de winkel aanmelden. Er zijn nog altijd mensen nodig.

 

Tekst: Liesbeth Greydanus  Foto: Jan Oberink