Geloofsgesprek

Petrus en Cornelius: een ontmoeting die je ogen opent

Ds. Marleen Blootens over de ontmoeting tussen Petrus en Cornelius (Handelingen 10).

‘Hoe ga je om met iemand die anders is dan jij? Welke ontmoeting ben jij nooit vergeten? Misschien wel een gesprek dat toevallig leek, maar dat je je nog heel goed herinnert, omdat het een ontmoeting was die jou heeft veranderd.
Dat overkwam ook Petrus, die blijvend verandert door de ontmoeting met de Romein Cornelius. Wat heeft dit verhaal ons te zeggen?’

Welke bijzondere ontmoeting ben jij nooit vergeten? 

Een gesprek dat toevallig leek, maar dat je je nog heel goed herinnert? Een ontmoeting die jou heeft veranderd, die je met nieuwe ogen naar jezelf en je omgeving heeft leren kijken?

Het was kort na de terroristische aanslag in Brussel. We waren als buurvrouwen bij elkaar. Vier moslima’s en vier christenen. Eén van de moslima’s vertelde ons hoe ze soms zorgen had over haar zoon. Hij zou toch niet ook ooit radicaliseren? Ze deed er alles aan om haar geloof aan hem uit te leggen. Niet een geloof dat geweld goedkeurt, maar een geloof dat haar energie geeft om vrouwen te helpen om zelf hun geld te verdienen. Zij opende onze ogen – we bleken, hoe verschillend ons geloof soms is, ook op elkaar te lijken: moeders die hun geloof willen doorgeven en het goede willen voor familie en buurt.

Op een dag stuurt de Romeinse hoofdman Cornelius een paar mannen naar Petrus om hem uit te nodigen in zijn huis. De nacht voorafgaand aan deze uitnodiging heeft Petrus een visioen gehad. Daarin heeft God hem uitgelegd dat hij alles mag eten wat hij ziet. Voor Petrus, gepokt en gemazeld in de synagoge, is dat een verwarrende boodschap. Zijn geloof hangt samen met duidelijke regels: wat rein en onrein is, over wie er wél bij hoort en wie niet. Over hoe het hoort en hoe niet.

En op bezoek gaan bij een Romein? Dat dóe je niet!

Maar wat blijkt als Petrus hem ontmoet? Cornelius is gegrepen door het evangelie. Hij gelooft als een christen, ook al leeft hij als een heiden. Cornelius leeft in ontzag voor God en handelt rechtvaardig.

Door deze ontmoeting begrijpt Petrus dat God geen onderscheid maakt tussen mensen. Petrus leert zien dat God zich het lot aantrekt van iedereen, uit welk volk dan ook. Petrus’ ogen worden geopend voor de grenzeloze ruimte van Gods Geest doordat hij het aandurft om zijn eigen grenzen over te gaan.

In onze samenleving lijken de scheidslijnen tussen mensen steeds scherper te worden. Tussen mensen met veel of weinig geld. Tussen mensen met een verschillende herkomst. Tussen gelovig en ongelovig. 

Het evangelie daagt je uit om die grenzen over te gaan en je te laten raken door de ontmoeting met iemand die je ogen opnieuw opent voor jezelf of voor God.

Ga met vrienden en met vreemden,
ga met mensen, groot en klein,
ga met zaligen en zoekers,
die op zoek naar waarheid zijn.


Bron:  petrus.protestantsekerk.nl

Wij willen het onze kinderen niet onthouden,
wij zullen aan het komend geslacht vertellen
van de roemrijke, krachtige daden van de Heer,
van de wonderen die Hij heeft gedaan.                                    

Bovenstaande woorden staan aan het begin van Psalm 78, in het vierde vers. Ze roepen ons op om onze kinderen te blijven vertellen van Gods grote daden, om de boodschap van Gods liefde voor ons mensen te blijven doorgeven. Maar… er is meer. Als we de Psalm in zijn geheel lezen, dan lezen we niet alleen van Gods heilsdaden, maar ook van Israëls onheilsdaden. Steeds weer klinkt het in de Psalm: ‘Ze weigerden te leven naar zijn wet. Ze vergaten zijn grote daden.’ Ook dát moet -zegt de Psalm- verteld worden aan het komend geslacht, zodat ook komende geslachten Gods grote daden niet vergeten en niet zullen worden als hun voorouders. De onheilsdaden moeten dus ook verteld blijven worden, die moeten vooral niet vergeten worden. Daaraan wil de vredesweek – van 19 tot en met 27 september- ook bijdragen. Ook wij, volk van het Nieuwe Verbond, dienen de onheilsdaden, waaraan de mensheid zich telkens weer schuldig maakt, niet te verhullen, maar door te vertellen. Vertellen van oorlogen, van Jodenpogroms, van Godsdienstoorlogen, van brandstapels en kettervervolgingen. Vertellen van slavernij en uitbuiting door Christenlanden notabene. Vertellen van kerkstrijd, van de oneerlijke verdeling van de rijkdommen van deze wereld.  Blijkbaar kunnen we volgens de Psalm ook leren van elkaar zónder op elkaar te gaan lijken. Maar we moeten ook vertellen van die vele enkelingen met hun sterke geloof, hun persoonlijke moed, hun onophoudelijke ijver, hun inzet voor de medemens, hun strijd voor de vrede, mensen zoals David, weg van zijn schapen geroepen.(vs. 71). Wij kunnen daarbij gaan in de voetsporen van de Grote Zoon van David, Jezus Christus.

                                                                                                                         Ds. Aja Yntema

Eén naoberschap                                                                                                    door Netty Hengeveld

Als er één behoefte is die de afgelopen maanden op een pijnlijke manier voelbaar is geworden, dan is het wel die aan contact. De zomerperiode met haar zwoele avonden nodigt uit tot het ontspannen ontmoeten van familie en vrienden. Juist nu de wereld zo in beweging is en er zoveel gebeurt, wil je zo graag samen zijn met hen die je in de lockdownperiode zo hebt gemist en met wie je je verbonden voelt.

Wat de coronacrisis duidelijk heeft gemaakt is dat de wereld één groot dorp is. Een virus dat de kop op steekt in China, gaat in korte tijd de hele wereld over. We beseffen steeds meer dat de keuzes die we hier maken consequenties elders hebben. Ik denk dan ook dat de coronacrisis ons versneld tot het besef heeft gebracht dat we elkaar nodig hebben en dat we ten diepste gemeenschapsmensen zijn. Onlangs las ik een artikel over Paul Verhaege, klinisch psycholoog en hoogleraar aan de universiteit van Gent. Hij zegt dat hij anders over ‘de mens’ is gaan denken. Het idee dat de mens een individu is, is volgens hem een van de grootste misvattingen gebleken: ‘Wij zijn uitdrukkelijk sociale wezens. En alles wat wij doen, is in verhouding tot anderen.’ 

Dat dát zo is, lazen we al veel langer in de Bijbel: over de verbondenheid tussen God en mensen en tussen mensen onderling. We zijn mensen die alleen kunnen voortbestaan in verbondenheid. Daarover schreef ik een streektaalgedicht: 

Eén naoberschap

Ik bun een dröppel,
maor met mekare
bunne wi-j een bekke.

Ik bun een käörntjen,
maor met mekare
bu’w een hele wegge.

 Ik bun een minute,
maor met mekare
he’w de tied.
Ik bun een toon,
maor met mekare
bunne wi-j een klinkend lied.

Ik bun een letter,
maor met mekare
bu’w een mooi verhaal.
Ik bun een klank,

maor met mekare
vorme wi-j één taal.

Ik bun een plentjen,
maor met mekare
bunne wi-j een hof.
Ik bun een dräödjen,
maor met mekare
bu’w een lappe stof.

 Ik bun een brokke,
maor met mekare
bu’w de brokkenpap.
Ik bun een naober
maor allenig met mekare
bunne wi-j één naoberschap

Bezinning

In deze verwarrende tijden zoek ik naar dingen en woorden die anderen, maar ook mij kunnen troosten. Dat is nog niet gemakkelijk. Aan het begin van de corona-crisis leek alles nog erg eenvoudig: Dit is het probleem en zo gaan we het oplossen. Hoewel de aard en de heftigheid van de ziekte onzekerheid gaf, waren we verbonden en was het duidelijk wat ons te doen stond.  Maar al gauw bleek dat dat een vereenvoudiging van het probleem was. We waren de economie even vergeten en de globale handel en de toeristenindustrie en het feit dat onze medische middelen meestal uit China komen, of India, of Thailand.
We zijn er ook achter gekomen dat oudere kwetsbare mensen misschien wel liever hun kleinkinderen of partner zien en dan ziek worden op de koop toenemen. Niet knuffelen is wel een heel hoge prijs die we betalen! Sociale onrust rukte zodra het kon ook weer snel op. Dus we leven ook na corona in een diverse wereld, waarin mensen net zo verschillend denken over alles, dat het wel lijkt of ze in hele andere werelden leven. Dat verschilt niet echt van daarvoor. Het is en blijft een heel ingewikkelde wereld. Ondertussen is zingen een van de dingen die echt gevaarlijk is gebleken. We moeten echt niet in een afgesloten ruimte gaan zingen, zolang er een kans is dat iemand van ons drager is van het virus. Dat ontneemt onze godsdienst wel van een van de geloofsdragers bij uitstek. Liederen geven hoop door woorden en muziek.
Ik kan echt terugverlangen naar het samen zingen uit volle borst. Een verlangen dat ik ook hoor in de oude psalmen, zoals in psalm 122: ‘Kom ga met ons en doe als wij, Jerusalem dat ik bemin, wij treden uwe poorten in, om u met vrede te ontmoeten!‘  Ik hoop dat we binnen de kortste keren weer bij elkaar kunnen komen zonder angst, om klank en stem te geven aan het geloof.

Ada Endeveld

Ik hoor wat je zegt…                                                    door Heidi Ebbers

 Eerlijk gezegd ben ik nogal allergisch geworden voor dit zinnetje. Omdat het té vaak is voorgekomen dat degene inderdaad wel hoorde wat ik zei, maar niet écht luisterde.

Echt luisteren, wat is dat moeilijk! Luisteren is meer, véél meer dan horen. Oké, horen wat er gezegd wordt is de eerste stap van luisteren. Maar daarmee ben je er nog (lang) niet! Heel wat colleges heb ik gevolgd over hoe je moet luisteren, dus de theorie zou ik moeten kennen. Maar dan de praktijk…

Wat luisteren volgens mij zo moeilijk maakt is dat het niet alleen gaat over vaardigheden die je aan kunt leren maar ook over een houding die je aan moet nemen.

Tijdens de voorbereiding van de It’s4U2 kwam ik een programma tegen waarin de link werd gelegd tussen het verhaal van de torenbouw van Babel en het Bijbelse pinksterfeest. In beide verhalen speelt taal een rol: spraakverwarring en effectieve communicatie staan tegenover elkaar, én verbindt de twee verhalen. Het pinksterverhaal zou je kunnen opvatten als het tegengestelde van het verhaal over de toren van Babel. Daar waar in het verhaal van de toren van Babel de mensen elkaar (en God) niet meer begrijpen omdat ze zo vol zijn van zichzelf, blijkt dat de mensen die naar Petrus’ toespraak luisteren het allemaal feilloos kunnen volgen, ondanks hun verschillen in taal en nationaliteit. De in Babel verwarde taal wordt weer ontward.

Wanneer je ruimte geeft aan Gods Geest, wanneer je luistert met je hart, richt je je meer op de ander. Dan hoor je niet alleen wat er gezegd wordt maar dan hoor je ook gevoelens en wat iemand nodig heeft. Dan hóor je de ander niet alleen, maar dan luíster je naar de ander en leer je elkaar verstaan.

(Het verhaal van Babel staat in    Genesis 11:1-9,

het pinksterverhaal in                  Handelingen 2:1-13,

de toespraak van Petrus:            Handelingen 2:14-45, https://jongprotestant.protestantsekerk.nl/werkvormen/babel-en-pinksteren/)

Zegeningen

‘Let goed op de kleine goede gebeurtenissen, de kleine kadootjes van God.’
Dit waren de wijze woorden van een priester die al lang geleden gereageerd had op zijn roeping.

Ik vond dat hij zowel gelijk had, als dat het wel erg huis-, tuin- en keukenvroomheid was. Ik hoorde al het koortje op de radio van mijn oma, dat ‘tel je zegeningen’ net-niet-zuiver zong. Het had toch wel de sfeer van oubolligheid.
Sommige dingen zijn niet oud omdat ze over de datum zijn, maar omdat ze al generaties waar zijn. Soms leer je dingen op latere leeftijd.

Sinds een paar maanden ben ik heel bewust vogels gaan kijken. Ik vond ze altijd al interessant, daar had mijn moeder wel voor gezorgd, maar een vaste hobby was het niet geworden.
Nu kocht ik in december een vogelboekje en een verrekijker. Eens kijken wat ik ging spotten.
En verrassing: ik heb heel wat gezien. Grote Lijster, Zwartkop, Ringmus, Geelgors, Vink, Staartmees, Boomklever, Boomkruiper, enzovoort enzovoort. Waren die vogels er eerst niet?
Iedereen voelt mijn punt wel aankomen. Natuurlijk waren al die vogels er al lang. Ik had er alleen geen speciaal oog voor.

Zo werkt het ook met wat God doet in je leven. Heb je oog voor wat Hij doet in je leven?
Ik ben er nog niet zo’n held in het te herkennen. En meestal houd ik er met mijn plannen geen rekening mee. Als ik filosofeer over wat er in de toekomst staat te gebeuren, dan reken ik er doorgaans al helemaal niet mee.

Stel dat ik dat nou wél eens zou doen?

Door ds. F. de Jong

Zolang wij leven, leven we voor de Heer.

En wanneer wij sterven, sterven we voor de Heer.

Dus of we nu leven of sterven, we zijn altijd van de Heer.’

                                                           Romeinen 14: 8

Bovenstaande woorden van Paulus klinken vaak in de kerk rond het gedenken van de overledenen. Dat is erg mooi en troostend. Wat is het geweldig dat ons diepe vertrouwen mag zijn dat zelfs als we sterven we altijd van de Heer zijn, ook dan!

Mensen die gaan sterven kunnen daar grote troost aan ontlenen, evenals zij die achter blijven. Ondanks alle verdriet en gemis mogen we geloven dat God er ook zal zijn voor ons en onze geliefden over de dood heen.

Tegelijk is het jammer dat wij vaak deze zo troostvolle woorden pas naar boven laten komen als we staan voor de dood of met de dood geconfronteerd zijn. Of we nu leven of sterven, we zijn altijd van de Heer. Het is geen lange zin om te onthouden en toch onthouden we vaak maar de helft van het diepe vertrouwen dat Paulus hier uitspreekt, namelijk dat als we sterven, we altijd van de Heer zijn.

Maar je mag er ook mee leven met die belofte en met die vreugde, ook als de dood nog helemaal niet in beeld is. Je mag er mee leven met dat diepe basisvertrouwen dat we van de Heer zijn in alle omstandigheden die het leven ons kan brengen. In tijden van vreugde en voorspoed, maar ook in tijden van crisis zoals wij die nu meemaken. Deze woorden willen ons zoveel rust, vreugde en vertrouwen geven. Of we nu leven of sterven, we zijn altijd van de Heer. Het is niet alleen een belofte om mee te sterven maar ook om mee te leven!

Hendrik Jan Zeldenrijk

‘Ze had een albasten flesje met zeer kostbare olie bij zich en goot die uit over zijn hoofd.’ (Matteüs 26:7)

Donkere wolken pakken zich samen boven Jezus’ hoofd. Aan de ene kant zien wij de overpriesters en de oudsten met hun besluit om Jezus te doden. Aan de andere kant zien wij Judas met zijn besluit om Jezus te verraden.

Maar in het midden staat zij, een vrouw uit Bethanië. Zij staat in het licht, terwijl die anderen in het donker staan.

Het gebeurt in het huis van Simon de melaatse waar Jezus te gast is, Opeens is zij daar, ze is zomaar binnengekomen. Wie zij is, wordt ons niet verteld. Als zij bij Jezus gekomen is, breekt zij een kruik vol kostbare olie en giet de olie uit over Jezus’ hoofd.

Zij doet het uit liefde voor Jezus. Zij is blij met zijn aanwezigheid, ze eert Hem met het kostbaarste wat zij heeft.

Zij zalft een tot de dood veroordeelde. Wat zij doet lijkt zo zinloos te zijn. Wat haalt het uit? En toch is wat zij doet niet zinloos. Haar daad is het meest menselijke antwoord op het lijden dat Jezus zal worden aangedaan. Zij laat zien dat het toch zin heeft om iets gewoon uit liefde te doen, ook al verandert er aan de omstandigheden niets.

De leerlingen van Jezus vinden het maar verspilling. En het is waar: de wereld is vol van verspilling. Maar wat deze vrouw doet, is dat niet. Wat zij doet uit liefde zal niet verloren gaan. Tegen de donkere achtergrond licht de waarde van wat deze vrouw doet alleen maar des te helderder op. Jezus zal de nacht van het lijden tegemoet gaan, maar door wat deze vrouw doet, wordt het even licht om hem heen. Even is het Pasen.

Wie net als deze vrouw zelf innerlijk geraakt is door de liefde van God in Christus, wil ook zelf liefde geven. Zo zijn ook wij geroepen om goed te doen, om liefde te geven, ook al denken wij soms dat het zo weinig uithaalt. We mogen erop vertrouwen dat wat uit liefde gedaan wordt, zal blijven. Al het andere zal uiteindelijk geen waarde hebben, maar wat uit liefde gedaan wordt zal standhouden tot in eeuwigheid

Wim Everts

 

Gedachten bij een omgespitte akker                                                            

Onlangs maakte ik een wandeling in het buitengebied tussen Aalten en Bredevoort. De winterzon scheen uitbundig, en vogels zongen alsof het al lente was. Opeens zag ik een stukje grond dat al helemaal omgespit was. Een kleine akker, voorbereid op een nieuw seizoen van zaaien en groeien.

Al lopend trof mij een parallel met de tijd van het kerkelijk jaar waarin we leven: we staan aan het begin van de veertigdagentijd, maar het uitzicht op Pasen ís er al. De zon van Gods liefde zál opgaan over onze wereld en ook over ons bestaan.

Daarop bereiden we ons voor, misschien wel door de akker van ons eigen leven om te spitten en weg te doen wat een gezonde groei in de weg staat. Daarom heet de veertigdagentijd immers ook vastentijd: een periode van bezinning, door van bepaalde zaken af te zien en te bedenken wat je werkelijk nodig hebt. Wat je nu echt wilt, als mens tussen andere mensen. En wat je als kerk te zeggen hebt, te doen hebt in een wereld vol vragen én mogelijkheden.

Het is mooi, vind ik, dat het midden in deze veertigdagentijd ook Biddag is. Een dag waarop we voelen en vieren dat alles wat wij hebben ons gegeven is. Hoezeer we ook ons best doen, hoe hard we ook werken: het wezenlijke van ons leven wordt ons geschonken. Het is aan ons om daarvoor oog en oor te houden. Om daar soms letterlijk bij stil te staan en opnieuw te weten: ‘Dankbaarheid is de sleutel tot geluk’.

Dit alles bedacht ik op mijn wandeling. Het was nog winter, maar al gaande werd ik warm, van buiten en van binnen. Weer thuis sloeg ik m’n Liedboek open bij lied 982, een lied vol hoop en belofte:

     ‘…In de koude van de winter

     groeit de lente ondergronds,

     nog verborgen tot het uitkomt,

     God ziet naar de schepping om’.

Hoe staat het met de akker van ons leven?

Zijn we al klaar voor een nieuwe lente?

Marieke Andela-Hofstede

As de liefde maor blif winnen kump ut allemaol wal good!

Logisch natuurlijk om de overdenking in KerkVenster, dat op Valentijnsdag verschijnt, met een liefdesliedje te beginnen 😉.

Maar voor mij is het niet zomaar een liedje over de liefde. De titel van dit lied helpt me ook vaak om keuzes te maken of beslissingen te nemen.

Ik heb altijd met mensen gewerkt, eerst vijfentwintig jaar in de gezondheidszorg en nu alweer drie jaar in de kerk. In de gezondheidszorg (en ook in de kerk) zijn veel regels en protocollen. Op zich is daar niets mis mee. Regels geven houvast, je weet waar je aan toe bent. En als je je aan de protocollen houdt, weet je zeker dat er niets fout kan gaan. Tenminste…ooit had ik een vergadering in de directiekamer van een instelling en het viel ons op dat het er wel erg koud en donker was. De zonwering was naar beneden en de ramen stonden open, terwijl het buiten niet warmer dan 10 graden en bewolkt was. Wat bleek? Hartje zomer, bij 35 graden, was de afspraak gemaakt dat ’s ochtends vroeg de zonwering naar beneden gelaten moest worden en de ramen moesten worden opengezet. En aan dit protocol hield men zich nog steeds netjes. We hebben er smakelijk om gelachen (en koud vergaderd). Maar dit voorval zette me wel aan het denken. Want hoe vaak gebeurt dat wel niet? Er worden regels en protocollen gemaakt, ze worden trouw nagevolgd en al gauw zijn we vergeten waarom ze ooit in het leven zijn geroepen.

Oké, regels en protocollen zijn belangrijk, ze zijn nodig om structuur aan te brengen, grenzen te stellen, richting te geven. Maar dat wil niet zeggen dat we zelf niet meer hoeven na te denken, dat we geen vraagtekens mogen zetten bij regels en dat protocollen niet veranderd mogen worden.

Een cliënt van mij zei ooit tegen me: ‘Die mensen die zich zo strak aan de regels houden, durven zelf geen verantwoordelijkheid te nemen.’ Dit was een eyeopener voor mij.

Het is heel goed om kritisch te blijven kijken naar alle regels en protocollen (en dogma’s!) en je soms dus wat minder strak aan regels te houden als de situatie daarom vraagt.

(…) een wetsleraar, stelde ​Jezus​ een vraag. Hij zei: ‘Meester, wat is de belangrijkste regel in de wet?’ Hij hoopte dat ​Jezus​ iets verkeerds zou zeggen.

Jezus antwoordde: ‘De eerste en belangrijkste regel is deze: «De Heer is je God. Je moet van hem houden met je hele hart, met je hele ziel, en met je hele verstand. » Maar de tweede regel is net zo belangrijk: «Van de mensen om je heen moet je evenveel houden als van jezelf. »  Die twee regels zijn de basis van de wet en van de andere ​heilige​ boeken.’

(Matteüs 25: 35-40, BiGT)

Dus als je mij vraagt: ‘Mag/kan dat eigenlijk wel? Is dat wel volgens de regels?’, dan probeer ik te antwoorden met: ‘Ach, as de Liefde maor blif winnen, kump ut allemaol wal good!’

(Dit lied van Daniël Lohues is te beluisteren op youtube.com/watch?v=QaNTnBqZKRM)

Door Heidi Ebbers

Door Heidi Ebbers

#DOESLIEF

#DOESLIEF, zo heet de nieuwe campagne van Sire (Stichting Ideële Reclame). De campagne wil mensen bewuster laten nadenken over hun gedrag en aansporen om wat liever tegen elkaar te doen. Omdat ik nieuwsgierig was heb ik het #DOESLIEF-pakket gedownload. ‘Met dit pakket maak jij het internet weer een lieve plek!’ werd mij beloofd. Het pakket bevatte verschillende tips en, omdat plaatjes soms meer zeggen dan woorden, een aantal emoji’s om een positieve draai te geven aan negatieve reacties. Zou het écht zo simpel zijn? Is dit allemaal niet wat naïef? …Maar nu betrapte ik mezelf dus op een reactie waar ik altijd zo’n hekel aan heb: ‘lief doen’ af doen als ‘lekker makkelijk’ en ‘naïef’. Want écht ‘lief doen’ is volgens mij alles behalve naïef en gemakkelijk.

 

Lief doen, liefde als levenshouding, is heel doelbewust en vaak verschrikkelijk moeilijk. Diep onder de indruk was ik van het verhaal van Ferry Zandvliet die in Dreamschool (van maandag 4 maart, NPO3) aan de leerlingen vertelt dat hij na een terroristisch aanslag, die hij ternauwernood overleefde, besloot om het helemaal anders te gaan doen. Na de aanslag wilde hij niet meer boos zijn en maakte hij een tegenbeweging, hij ging juist op zoek naar verzoening. Ook de leerlingen van Dreamschool waren onder de indruk van zijn verhaal. Joëlle (één van de leerlingen van Dreamschool), die ook veel boosheid kent, zei: ‘Ik heb wel respect voor hem dat hij gewoon, euh…líef kan doen.’

Lief doen…je staat er vaak niet bij stil hóe belangrijk het is. In de Bijbel lezen we zelfs dat, als je geen liefde hebt voor anderen alles wat je doet zinloos is. #DOESLIEF had dus zomaar in de Bijbel in gewone taal kunnen staan 😉. In 1 Korintiërs 13 beschrijft Paulus wat liefde is. (Best grappig trouwens om dit Bijbelgedeelte eens naast de tips uit het #DOESLIEF-pakket te leggen. Ik zag wel overeenkomsten…)

1 Korintiërs 13: 4-7 (Samenleesbijbel)

 

           Wat is liefde?

 

Liefde is: geduldig en vriendelijk zijn. Liefde is: niet jaloers zijn, niet vertellen hoe goed je bent, jezelf niet belangrijker vinden dan een ander.

Liefde is: een ander niet beledigen, niet alleen aan jezelf denken, geen ruzie maken en geen wraak willen nemen.

Liefde is: blij worden van het goede, en een hekel hebben aan het kwaad.

Door de liefde verdraag je alles wat er met je gebeurt. Door de liefde blijf je geloven en vertrouwen. Door de liefde blijf je altijd volhouden.

 

In de Samenleesbijbel staan onder dit bijbelgedeelte een aantal gespreksvragen o.a.:

Lees het stuk over wat liefde is (vers 4-7) nog eens, en kies een kenmerk van de liefde uit. Ben jij wel eens ‘lief’ op deze manier?

Een mooie vraag waar ik de komende tijd eens over na wil denken….