Geloofsgesprek

Mijn tijden zijn in uw hand (Psalm 31: 6)

Wij staan aan het begin van een nieuw jaar. Een heel jaar ligt nog voor ons open. Wat zal de tijd ons brengen? Niemand die het weet. De tijd wordt wel eens voorgesteld als een rivier die steeds verder stroomt en wij worden in die stroom meegenomen.

De mens in de oudheid was zich bewust van de regelmaat die je overal in de natuur tegenkomt. De regelmaat waarmee de zon op- en ondergaat. De wisselingen van de seizoenen, de bewegingen van eb en vloed, het ritme van onze hartslag.

De mens kwam tot de overtuiging dat de tijd een kringloop is. Overal in de natuur zie je die kringloop van geboren worden, opgroeien, ouder worden en uiteindelijk afsterven, om dan weer van voor af aan te beginnen.

Alles herhaalt zich in een eindeloze regelmaat. Werelden komen en gaan. De tijd is een eeuwigdurende kringloop; een cirkel zonder begin of einde. Zo dachten ook de Egyptenaren en de Babyloniers, de oude volkeren rondom Israël.

Het bijzondere van het geloof van Israël is dat zij zich heeft losgemaakt uit deze voorstellingswereld. Er ontstaat een ander besef van tijd.  De tijd wordt niet meer gezien als een kringloop. De cirkel van de tijd wordt opengebroken en krijgt de vorm van een rechte lijn met een begin en een eind. Door het scheppende handelen van God heeft de tijd een begin gekregen.

God die eeuwig is, die leeft voor tijd en eeuwigheid, heeft met de wereld ook de tijd geschapen. De tijd is daarom niet iets absoluuts, het behoort tot de geschapen werkelijkheid en is uiteindelijk aan God onderworpen. Wij mensen leven in de tijd, maar God staat boven de tijd. God omvat de tijden, zegt de dichter van Psalm 31.

De tijd heeft niet alleen een begin gekregen, maar kreeg tegelijk ook een richting en een doel mee. Het gaat met onze wereld ergens naar toe. Er is een bestemming. We hebben ons bestaan niet te danken aan een blind toeval. Ons bestaan is een bedoeld bestaan. God heeft de wereld geschapen en ons mensen tot het leven geroepen met het oog op de verwerkelijking van waarden als liefde, goedheid en schoonheid. Achter de veelheid aan processen die geleid hebben tot het ontstaan van het heelal mogen wij God aan het werk zien. God heeft er een richting aan gegeven. Tegen alle chaos, duisternis en vernietigende machten in.

Zo is God met onze wereld een geschiedenis aangegaan, een weg van eeuwen, met het doel: de voltooiing en voleinding van de wereld. Een einde dat geen einde zal zijn, maar een nieuw begin.

Omdat God alle tijden omvat: verleden, heden en toekomst, mogen wij er ook op vertrouwen dat alles wat geweest en voorbijgegaan is, uiteindelijk niet verloren gaat en in het niets verdwijnt, maar dat het bij God geborgen zal zijn.

Zoals de Prediker het zegt: God zoekt weer op wat voorbijgegaan is. Al het goede wat geweest is, alle liefde en alles wat ons leven zo kostbaar maakt, dat alles zal bij God zijn in een bestaan dat ons voorstellingsvermogen verre te boven gaat. Dat geeft ons ook vertrouwen om verder te gaan op de weg van ons leven. Zo kunnen we ook het verleden aanvaarden en ons op de toekomst richten.

Het evangelie vertelt dat de tijd niet alleen een begin en een einde heeft gekregen, maar ook een midden. Paulus spreekt in zijn Galatenbrief over de volheid van de tijd. De komst van Christus betekent voor Paulus het grote keerpunt in de tijd.

God, die van eeuwigheid tot eeuwigheid God is, is ook de God die in de tijd is afgedaald om met ons onze dagen te delen. Zo begint het kerstverhaal met de woorden: ‘En het geschiedde in die dagen…’ En dan wordt er verteld over de geboorte van het Kind van Bethlehem in wie God met ons wil zijn. Door al onze dagen met hun lief en leed wil God met ons meegaan zijn toekomst tegemoet.

In dit vertrouwen mogen wij het nieuwe jaar ingaan. God, die er was voor tijd en eeuwigheid, heeft ons tijd gegeven. Tijd om te leven, tijd om iets waar te maken van Gods bedoelingen met ons.

ds. Wim Everts