Geloofsgesprek

Een gelijkenis als een spiegel...
Wie kent hem niet: de gelijkenis van de verloren zoon. Vele malen al is er over gepreekt. Wat
moet je er nog over zeggen?
Toch blijft het een fascinerend verhaal. Je kunt het heel gemakkelijk als volgt uitleggen: ‘Die
verloren zoon, dat zijn wij als gelovigen. We waren verloren maar zijn gevonden door Gods
liefde, die ons van doden tot levenden heeft gemaakt.’
Maar misschien maken we ons er dan toch te gemakkelijk van af. We moeten niet vergeten
dat Jezus deze gelijkenis als een spiegel voorhield aan de meest vrome gelovigen van zijn tijd,
de farizeeën en de Schriftgeleerden. Hij wilde hun de ogen openen: wat doen jullie met Gods
liefde?
Ooit las ik een verhaaltje over deze gelijkenis, waarin de schrijver zijn fantasie de vrije loop
liet. Het ging ongeveer als volgt:
Een paar jaar nadat de verloren zoon was teruggekeerd, trouwde hij een net meisje en verliet
het huis van zijn vader. Hij leidde een oppassend leven. Zijn vroegere losbandigheid was
omgeslagen in het tegendeel. Hij was een deugdzaam mens geworden. En zo presenteerde hij
zich ook graag. Hij beschouwde zichzelf als voorbeeld voor anderen.
Tijdens een bezoek aan zijn vader kwam hij weer in aanvaring met zijn oudere broer. Die
vond hem nogal eigenwijs en zei tegen hem: ‘Als zelfs Mozes en Elia in de nabijheid van God
hun gezicht moesten bedekken, hoe kan het dan dat jij zo vrijmoedig met de Eeuwige omgaat
en doet alsof je bij Hem kind aan huis bent?’
‘Dat komt’, antwoordde de jongste, ‘omdat ik in veel grotere mate dan zij Gods
barmhartigheid heb ervaren. Ik was zondig, maar in genade werd ik weer door Hem
aangenomen. Jij kunt dat niet begrijpen. Jij bent nooit een zondaar geweest.’ ‘En u’, zo zei hij
tegen zijn vader, ‘u kunt de zonde wel vergeven, maar de vraag is of u er zelf ook één kunt
doen. Dat is uw tragiek...’
‘Even geduld’, bromde de vader, ‘na jouw terugkomst uit het buitenland ben ik indertijd iets
vergeten.’ Hij ging weg, zocht een stuk hout, kwam terug en gaf zijn jongste zoon een flink
pak slaag. ‘Vergeven had ik je al’, zei hij, ‘maar deze zonde had je nog van mij tegoed…’
Een prachtig verhaal met een heldere boodschap. Want is dat niet een gevaar dat gelovige
mensen telkens weer bedreigt? Dat we Gods genade als een bezit, ja zelfs als een kwaliteit
van ons zelf gaan beschouwen? Onbewust kun je als gelovige het gevoel hebben dat je beter
bent dan anderen. Dat hoeft nog niet eens met zoveel woorden gezegd te worden. Het kan ook
een uitstraling zijn. Maar dan vergeten we dat christen-zijn geen kwaliteit van onszelf is, maar
een kwalificatie van God.
Luther heeft eens gezegd: ‘Christen bén je niet, je kunt het alleen maar wórden.’ Is dat niet de
spiegel die deze gelijkenis ons voorhoudt…?
ds. Riemer Faber