AMBASSADEUR VAN GODS KONINKRIJK

Op een heel hete zomerochtend hebben wij afgesproken in Elim. Elizabeth van Deventer, kersvers afgestudeerd in de theologie, is vanuit Woudenberg naar Aalten gekomen voor ons kennismakingsinterview. Later op de dag zal zij nader kennismaken met een aantal leden van haar wijkteam. Ik spreek met een vrouw die staat te trappelen om haar werk in de PGA te beginnen.

Elizabeth, uit wat voor nest kom jij?                                                                    

Mijn ouders waren gewone, hardwerkende mensen. Ik ben de oudste van vier kinderen, heb een zus en twee broers.’

Op mijn vraag of ze uit een kerkelijk meelevend gezin komt, volgt direct: ‘Nee. We gingen twee keer per jaar naar de kerk. Met Pasen en Kerst.’

Maar hoe ben je dan op het pad van het geloof beland?                                          

’Ik zat op een Hervormde lagere school. Kinderen gingen naar de zondagschool. Ik wilde daar ook heen. De verhalen en juf Lia, die prachtig kon vertellen, maakten dat ik er bleef komen. Ik houd van verhalen vertellen en maken. Je kunt van iets kleins wat je ziet, wat je opvalt, iets groots maken. Je hoeft het maar uit te vergroten en er zit een prachtig verhaal in.’

Je doet nu ander werk. Binnenkort krijg je je eerste gemeente. Vertel eens over jouw overstap naar het predikantschap. Hoe is dat zo gekomen?                       

‘Ik ben nu fysiotherapeut, daarvoor was ik bedrijfskundig ingenieur en ik heb ook nog een diploma als zwemjuffrouw. Heel handig voor bij het dopen (lacht). Als 16-jarige begon ik vol overgave aan mijn studie fysiotherapie. Na twee keer doubleren moest ik ermee stoppen. Met mijn partner ben ik naar Brabant verhuisd. Dankzij een typediploma kreeg ik werk als secretaresse. Toen bleek dat ik het werk aan de andere kant van de tafel interessanter vond, ben ik aan de HTS in Eindhoven technische bedrijfskunde gaan studeren. Dat deed ik naast mijn werk. Ik verzorgde de administratie voor het bedrijf van mijn partner en werd sales-engineer voor Frankrijk en later quality-engineer voor heel Europa voor een bedrijf  dat warmtewisselaars maakte voor de automobielindustrie. Toen raakte ik zwanger. De Amerikaanse directeur vond dat ik mijn functie niet meer kon vervullen. Ik moest namelijk veel reizen. Na de geboorte van het kind kon ik er wel blijven werken, maar dan 40 uur op kantoor. Een parttime baan werd niet getolereerd. Zo zat ik een poos thuis zonder werk. Bij het gesprek op het re-integratie bureau werd mij gevraagd wat ik hiervoor had gedaan. Toen ik vertelde van mijn gestopte studie fysiotherapie werd mij geadviseerd om dat toch vooral weer op te pakken. Volgens de vrouw van het bureau straalde ik helemaal toen ik over fysiotherapie praatte. Ik heb haar advies opgevolgd en nu vloog ik door de stof heen en na twee jaar heb ik de studie afgerond. Vanaf 2004 heb ik met hart en ziel en hoofd en handen mijn werk gedaan. Ik vind het ook best moeilijk om het los te laten.’

Maar waarom toch de keus gemaakt om predikant te worden?                         

’Twaalf jaar geleden mocht de behandeling fysiotherapie in een verpleeghuis nog lang duren. Tijdens de behandelingen vertelden cliënten alles waar ze zorgen over hadden, waar ze tegenaan liepen in hun leven. Er kwam heel wat ellende uit. Ik had te weinig in huis om te helpen, vond ik. Ik wilde niet alleen troosten, maar houvast geven. Ik werkte in een christelijk verpleeghuis en besloot toen dat ik theologie wilde studeren.’

Hoe heb je dat allemaal gedaan?                                                                           

Lachend: ‘Dat weet ik niet. Ik was vanuit Brabant alleen met mijn kinderen naar Woudenberg verhuisd. Dat was in 2005. Ik werkte 28 uur. De bachelor-studie was op zaterdag. Dan waren de kinderen bij hun vader. Ik genoot van de colleges. Ik ben verliefd geworden op God. Hoe meer ik over God leerde, des te meer ik van Hem ging houden, en ik kon steeds minder gemakkelijk zonder. Ik ontdekte dat colleges Oude Testament meer kost leverden voor de hele week dan sommige preken.’  Op mijn vraag om daar een voorbeeld van te geven vervolgt Elizabeth: ‘Ruth. Dat verhaal gaat over ‘lossen’. Ik leerde dat dat hetzelfde betekent als ‘verlossen’. Ik leerde ook dat ‘aan de voeten liggen van’ een beeldspraak is voor ‘gemeenschap hebben’. Al met al kwam ik tot de ontdekking dat het OT een boek is voor alledag. Het is praktisch, geworteld in het hier en nu van toen, en het kan daarvandaan naar het hier en nu van deze tijd vertaald worden. Het is zo’n troostrijke gedachte dat God van al die mensen die zoveel dingen fout doen toch hun God wil zijn. Elke keer weer. Het OT is een schatkist. Zo rijk.’  Later in ons gesprek zal Elizabeth terugkomen op de vraag hoe ze haar studie heeft voltooid. ’We deden het met z’n drieën aan de eettafel. Mijn kinderen zaten op de middelbare school toen ik begon. De afspraak was dat ik als eerste zou afstuderen, daarna mijn dochter en dan mijn zoon. Mijn dochter Lisanne, die nu als basisarts in Apeldoorn werkt, is mij net te snel af geweest. Mijn zoon Daniël studeert komend jaar af als bioloog in Wageningen. Totdat hij op kamers ging, woonden we met z’n drieën in een soort van studentenhuis. Ja, we hebben samen de studie gedaan.’

Een heel andere vraag. Welke rol speelt muziek in jouw leven en van welke (kerk)muziek houd je?    

 ‘Ik kon bijna eerder noten lezen dan gewone letters. Een nichtje dat ouder was dan ik kreeg fluitles, thuis. Als heel klein meisje stond ik daarnaar te kijken. Ik kreeg van de muziekleraar ook zo’n fluit in handen. Ik was 4 en met Kerst heb ik voor het eerst in de kerk gefloten. Later, op mijn 27e, ben ik dwarsfluit gaan spelen. Toen pas had ik er het geld voor. In mijn jeugd was dat gewoonweg te duur. Een paar jaar geleden ben ik teruggegaan naar de blokfluit: sopraan, alt, tenor. Mijn leraar wilde mij vroeger al aan de altblokfluit hebben, maar mijn vingers waren er nog te klein voor. Ik ben de hele puberteit doorgekomen met mijn blokfluit. Het was een uitlaatklep voor wat ik voelde, maar niet kon zeggen.  Ik houd van Taizé-liederen omdat ze mij bij mezelf brengen. Maar omdat je samen met anderen zingt, word je meegenomen in het geheel. Verder houd ik erg van orgelmuziek. Voor mij is dat goddelijke muziek. De adem van God waait door de pijpen, zeg ik vaak. Maar ik kan ook genieten van het pianospel van mijn dochter of vroeger van de elektrische gitaar van mijn zoon. Wat betreft kerkliederen houd ik ook van Iona-liederen. Vroeger hield ik niet van psalmen. Nu kan ik de teksten zo waarderen.’

Levenservaring? 

 ‘Misschien heb ik leren houden van de taal. In de verpleeghuizen zing ik ook wel liederen in de oude berijming. De taal is soms verrassend modern.’ Wanneer ik vraag wat haar verwachtingen zijn over haar werk hier in Aalten zegt Elizabeth dat ze een ambassadeur van het Koninkrijk van God wil zijn. Van oorsprong is ze een diaken. Voor haar zijn hoofd, hart en handen heel erg met elkaar verbonden. Ze put inspiratie uit het contact met de gemeenteleden. ‘Jullie verhalen heb ik nodig. Die wil ik in verband brengen met het verhaal van God. Deze omgeving heb ik nodig. Ik kan me niet verbinden op afstand. Ik verwacht mijn eigen plekje te kunnen vinden in Aalten.’  Voorlopig zal Elizabeth pendelen tussen Woudenberg en Aalten, totdat haar huis op het Hoge Veld klaar is. ’Rentmeesterschap staat hoog in mijn vaandel. Vanwege het milieu wil ik een modern huis. Het was nog best lastig om een huis te vinden. Ik had een ander huis op het oog, maar ik werd overboden. Ik hoop dat gemeenteleden, wanneer mijn huis straks klaar is, een plant of zaadjes over hebben voor mijn tuin. Dan heeft elke plant zijn verhaal. Ik houd van mensen. Ik hoop dat dat ook wederzijds is. Ik kijk ernaar uit om jullie predikant te worden.’

 

Namens KerkVenster heten wij Elizabeth van Deventer van harte welkom in onze Gemeente. Zij zal op 11 juli intrede doen. Voor verdere informatie verwijzen wij u naar de aankondiging in KerkVenster.