Andersumme Veertigdagentijd 2021

Ik ben er voor jou
Woensdag 17 februari is de veertigdagentijd begonnen. We leven toe naar het Paasfeest. Veertig dagen van bezinning, van nadenken over wat écht belangrijk is. En we staan stil bij het leven van Jezus. Jezus liet ons zien: ‘Ik ben er voor jou!’ Wij mogen zijn voorbeeld volgen en er zijn voor anderen.
Maar hoe doe je dat: ‘er zijn voor anderen?’

In dit KerkVenster (en in de komende twee) staan, in totaal, zeven verhalen over Duif. Duif doet bijzondere dingen voor de dieren in het bos. Wat Duif kan, kan jij ook! De verhalen van Duif gaan over de zeven werken van barmhartigheid. Dat klinkt een beetje ingewikkeld, maar dat is het niet. Het gaat eigenlijk over hoe je voor iemand kunt zorgen, hoe je er kunt zijn voor de ander.

De zeven werken van barmhartigheid zijn:

1. Wie honger heeft eten geven
2. Wie dorst heeft drinken geven
3. Wie naakt is kleding geven
4. De vreemdeling onderdak bieden
5. Wie ziek is bezoeken
6. Wie gevangen zit bezoeken
7. Wie dood is begraven.
Deze werken van barmhartigheid zijn gebaseerd op de woorden van Jezus in Matteüs 25: 35-36, 40 (BiGT):

‘Want toen ik honger had, gaven jullie mij te eten. Toen ik dorst had, gaven jullie mij te drinken. Toen ik een vreemdeling was, namen jullie mij in huis. Toen ik naakt was, gaven jullie mij kleren. Toen ik ziek was, zochten jullie mij op. Toen ik gevangen was, kwamen jullie naar mij toe.’ (…) Elke keer dat jullie iets goeds deden voor één van de gelovigen die hier naast mij staan, deed je iets goeds voor mij.’

(Misschien is het je opgevallen dat er in het Bijbelgedeelte maar zes daden genoemd worden. Dat klopt. De laatste ‘Wie dood is begraven’ is pas later toegevoegd.)
Hieronder zie je een werkblad met de zes dingen die Jezus in Matteüs 25: 35-36 noemt om anderen te helpen. Kun jij de mensen die hulp nodig hebben en de mensen die kunnen helpen bij elkaar brengen? Zoek welke plaatjes er bij elkaar horen en trek een lijn tussen die stippen. Daarna kun je de plaatjes nog inkleuren.

Kindernevendienst
In de kindernevendienst werken we de komende zes weken met het veertigdagenproject van Bijbel Basics. Het thema is ‘Een spoor van liefde’. Elke week vinden jullie op de site een Bijbelverhaal met daarbij verschillende werkvormen. Jezus laat een spoor van liefde achter in de Bijbelverhalen die we lezen.

Voor thuis is er dit jaar een Veertigdagenposter met luikjes en een bijbehorend boekje met opdrachten. Iedere zondag open je een luikje van de poster, waardoor je steeds meer de liefde van Jezus op het spoor komt.
Wil jij ook zo’n poster en boekje? Stuur dan even een mailtje naar jeugdwerkaalten@kerkvenster.nl en dan zorg ik dat je de poster en het boekje krijgt.


(Naar een verhaal uit het Veertigdagentijd en Pasen 2021 gezinsboekje van Kind op Zondag)

Duif en de vreemde vogel

Het was op de verjaardag van de uil.
Duif en zijn vrienden hadden juist een lied gezongen en ‘hiep hiep oe-hoe!’ geroepen, toen er plotseling een vreemde vogel aan kwam vliegen. De vogel droeg een paar takjes in zijn snavel en wat pluisjes tussen zijn veren. Op een lage tak pakte hij zijn pluisjes uit.
‘Euhm… wat zijn wij aan het doen? vroeg de kraai.
‘Ik maak een soort van nestje,’legde de vreemde vogel uit. ‘Ik kom uit een ver land. Daar kon ik niet langer blijven, omdat er jagers zijn. Dus nu zou ik graag een tijdje hier willen blijven.’
‘Tja,’ zei de koolmees. ‘het komt wel uiterst ongelegen. We zijn net de verjaardag van de uil aan het vieren…’
‘Daar was ik al bang voor,’ zei de vreemde vogel. ‘Het komt altíjd ongelegen. Ik zou het zelf ook liever anders zien. Maar ik moet toch érgens wonen? Iedereen woont ergens!’

Dat was wel waar, beseften de anderen. Iedereen woont ergens. Dus haalden ze hun schouders maar op en gingen verder met feest vieren.
Maar dat feestje… dat werd niet echt leuk meer, nu zo dichtbij een vreemde vogel bezig was om een ‘soort van nestje’ te maken.
‘Zullen we ergens anders feest vieren?’ stelde de trekvogel voor. Maar Duif had een beter idee. ‘Laten we die vreemde vogel helpen,’ zei ze. ‘Als we allemaal wat takjes en bladeren zoeken, maken we samen een vrolijk, vreemd vogelpaleis.’
Zo gebeurde het. Duif, de kraai, de uil, de koolmees en de trekvogel hielpen allemaal mee. Aan het eind van de dag stond op de lage tak een vrolijk, vreemd vogelpaleis. De dieren waren moe, maar blij. En de uil zei plechtig: ‘Ik heb nog nooit zo’n mooie verjaardag gehad. Oe-hoe!’

Wat Duif kan, kan jij ook! Nodig eens iemand uit op jouw kamer. Denk aan je vader of moeder, een broertje of zusje. Hoe ontvang jij je bezoek? Moet je voor die tijd ook opruimen? Wat geef je aan je bezoek? En waar praten jullie over?

Vraag: Weet jij over welke van de zeven werken van barmhartigheid dit verhaal gaat?

(Lees voor meer informatie over de zeven werken van barmhartigheid de Andersumme)

(Naar een verhaal uit het Veertigdagentijd en Pasen 2021 gezinsboekje van Kind op Zondag)

Duif speelt met water

Het was een prachtige dag: de zon scheen en het was lekker warm. Maar toch zat de eekhoorn stilletjes naast de vijver. Met een lege walnootdop naast zich staarde hij maar wat voor zich uit.
‘Wat is er met jou aan de hand?’ vroeg Duif. En toen de eekhoorn geen antwoord gaf, ging Duif verder: ‘Moet je geen walnoten zoeken? of lekker door de bomen roetsjen?’
Maar de eekhoorn schudde zijn hoofd. ‘Geen zin,’ mompelde hij schor.
‘Maar waarom heb je dan geen zin?’ wilde Duif weten.
De eekhoorn wees naar het water. ‘Ik heb al vijf keer geprobeerd om een slokje te nemen,’ vertelde hij. ‘Maar de kant is te hoog. Ik moet ver voorover leunen, maar dan kan ik er nog niet bij. En als ik nóg verder voorover leun, val ik erin. Dat ben ik dus niet van plan!’
Dat begreep Duif wel. ‘En nu?’ vroeg ze.
‘Nu zit ik hier maar’, zei de eekhoorn. ‘Ik wacht tot de dag voorbij is. Misschien dat het morgen gaat regenen, dan kan ik daar wat van drinken.’
Duif ging naast de eekhoorn zitten wachten. Ze wachtten….en ze wachtten…
‘Hoe is het nu?’ vroeg Duif na een tijdje.
‘Het gaat ietsje beter nu je naast me zit,’ zei de eekhoorn. ‘Maar nog steeds niet echt goed.’ ‘Jammer,’ vond Duif.
En ze wachtten nog langer…en nog langer…
En toen kreeg Duif een idee.
Ze pakte met haar snavel de lege walnootdop. ‘Wat ga je doen?’ vroeg de eekhoorn.
‘Water scheppen!’ lachte Duif. Ze fladderde boven het water en schepte voorzichtig een beetje water in de dop. Dat bracht ze naar eekhoorn. En daarna nog een keer, en nog een keer…
‘Heerlijk!’ riep de eekhoorn, die de walnootdop elke keer gulzig leegdronk. En toen hij genoeg gedronken had, riep hij vrolijk: ‘En nu gaan we iets leuks doen, Duif! Tikkertje in de bomen en jij bent hem!’
De eekhoorn roetsjte de boom in en Duif vloog erachteraan.
Het was een prachtige dag!

Wat Duif kan, kan jij ook! Geef een glaasje water aan iemand in jouw gezin. Maar het is niet zomaar een glaasje water. Doe het in een mooi glas of mooie beker. Serveer het op een dienblad en lach er vrolijk bij. Dan wordt het vast een mooie dag!

Vraag: Weet jij over welke van de zeven werken van barmhartigheid dit verhaal gaat?

(Lees voor meer informatie over de zeven werken van barmhartigheid de Andersumme)

(Naar een verhaal uit het Veertigdagentijd en Pasen 2021 gezinsboekje van Kind op Zondag)

Duif gaat op ziekenbezoek

De huismus bleef wel vaker thuis, maar deze keer duurde het wel heel lang.
Je zag hem niet meer fladderen met de andere vogels, je hoorde zijn vrolijke liedjes niet meer door het bos klinken.
Het duurde zolang, dat Duif zich zorgen ging maken.
‘Heb jij de huismus gezien?’ vroeg ze aan uil. Maar de uil zei niks. Hij bewoog alleen zijn hoofd langzaam van links naar rechts.
‘Weet jij waar huismus is?’ vroeg Duif aan de specht. De specht timmerde druk met zijn snavel tegen een boom. ‘Geen idee,’hijgde hij tussendoor.
‘Heb jij misschien iets van huismus gehoord?’ vroeg Duif aan de luistervink. De luistervink dacht even na. ‘Bedoel je dat vogeltje met die bruine veren?’ vroeg hij. En toen Duif knikte vertelde hij: ‘Volgens mij is de huismus ziek.’
Dus dat is het! Ik ga op bezoek, dacht Duif. Dan wens ik de huismus beterschap en vraag ik of ik iets voor hem kan doen.
Ze ging meteen op weg. Maar toen ze een tijdje gevlogen had, bedacht ze: Kan ik niet iets meenemen voor huismus? Iets aardigs, waar hij vrolijk van wordt? Misschien een bloem, bedacht Duif. Maar het was geen tijd voor bloemen. Iets lekkers te eten dan? Maar als de huismus ziek was had hij misschien geen zin in lekker eten. En toen zag Duif op de grond een klein takje liggen met groene blaadjes. Duif nam het takje in haar snavel en vloog verder. Daar zou de huismus vast van opknappen.

Wat Duif kan, kan jij ook! Stuur eens een kaartje naar iemand die ziek is.

Vraag: Weet jij over welke van de zeven werken van barmhartigheid dit verhaal gaat?

(Lees voor meer informatie over de zeven werken van barmhartigheid de Andersumme)