De droom van ds. Klijn

‘In memoriam …’
Het is al weer een maand of wat geleden, dat Arnold Arentsen bij ons aanbelde en mij wat uitgaven aanreikte over het kerkelijk leven in Aalten. Eén ervan draagt de titel ‘In Memoriam …’. Deze bevat een preek van ds. Klijn , die hij op zondag 14 februari 1943 gehouden heeft in wat toen de Nederlandse Hervormde Kerk werd genoemd. Arnold merkte op: ‘Misschien kun je daar een keer over schrijven in KerkVenster!’
Zondag 14 februari 1943 was een bijzondere zondag voor het kerkgebouw en de gemeente, die er samenkomt. De vier klokken, die uit de achttiende eeuw stammen, zouden in diezelfde week uit de toren worden gehaald, om omgesmolten te worden voor oorlogsdoeleinden; een heftige gebeurtenis voor heel het dorp. Ik zal een poging doen om in het kort de droom van ds. Klijn in de taal van nu samen te vatten, al zal ik niet zijn niveau kunnen evenaren.

Tekst van de verkondiging: Psalm 95:7-8:
“Luister vandaag naar zijn stem:
‘Wees niet halsstarrig …”

De nachtelijke tocht naar de kerk

Gemeente van onze Heer,
Gisteravond heb ik een droom gehad. Het was al na middernacht. In werkelijkheid kan het niet, maar in een droom kan alles: ik verliet mijn huis – ook al is het verboden! -, geen mens was op straat, soms was er een streepje licht te zien langs de verduisteringsgordijnen. Ik kwam bij de kerk met haar zware eeuwenoude muren, die leken te zeggen: ‘Wees niet bang in tijden van nood. De Kerk van Christus kan niet verloren gaan.’ Daar stond de toren: deze hief het kruis uit de duisternis van de wereld naar de lichte hemel.
In de stilte van de nacht hoorde ik één slag: half één. Hoewel de koster de deuren had afgesloten, ging de torendeur geruisloos open. Ik ging de stenen wenteltrap op, toen een ladder op en toen nog een. Daar stond ik bij de klokken. De klokken bewogen niet. Ze waren ook niet verbaasd over mijn komst. Ze zijn heel veel jaren ouder dan de oudste mens in ons dorp; ze hebben langer gewerkt dan iemand van ons; ze zijn trouwer geweest in hun roeping dan de meest voorbeeldige mens.

Geen prachtige toespraak
Weten jullie, wat ik had willen doen in mijn droomreis naar de klokken? Ik had namens jullie, namens de gemeente een afscheidswoord willen zeggen tot hen. Maar van de prachtige toespraak, die ik op papier had staan en uit het hoofd had geleerd, kwam niets terecht. Ik voelde mij een klein en nietig mens vergeleken bij de eerbiedwaardige, mach- tige klokken. Ik kon slechts enkele woorden zeggen: ‘Ik kom jullie bedanken … namens de gemeente … voor alles, wat jullie geweest zijn … voor ons … voor ons voorgeslacht.’ De klokken antwoordden niet. Ze zwegen. Eén enkele slag hoorde ik in de stilte van de nacht: één uur. Na lange tijd stond ik op en zei: ‘Wij vinden het zo erg, dat jullie weggaan! Vinden jullie het dan niet erg?’

De grootste klok spreekt
Toen begon de grootste klok te spreken. Met een donkere, rustige stem citeerde hij Prediker. De klokken kennen het Woord van God; ze wonen immers in het heiligdom. ‘Voor alles wat gebeurt, is er een uur … er is een tijd om geboren te worden en een tijd om te sterven … een tijd van oorlog en een tijd van vrede. Alles wat God doet … doet Hij voor altijd en God doet het zo, opdat de mens ontzag voor Hem heeft’.’ ‘ Wij hadden maar één taak, en die hebben wij vervuld: wij waren roepstem van God. Vanaf de dag, dat wij gegoten werden achter de Veemarkt in ‘t Klokkegat tot vandaag, nu we ontheven worden van onze post, zijn wij stem van God geweest. Wij hebben geslachten zien komen en gaan. Wij hebben tienduizenden mensen overluid, van jong tot oud. We hebben gejuicht en we hebben gerouwd. We hebben eeuwenlang de tijd aangeduid. We hebben de gemeente geroepen naar het huis van de Heer, zondag aan zondag: Kòmmm dànn … Kòmmm … dànnn! Wij riepen de mensen tot het Woord. Wij riepen de mensen tot Jezus Christus, die dezelfde blijft, gisteren, vandaag en tot in eeuwigheid. Wij hebben neergezien op het land en de mensen rond deze kerk. Wij hebben gezien dat het onrecht groot is. Maar daarom heeft God ons hier geplaatst tussen hemel en aarde om verloren mensen te roepen tot de Vader.’

Veel mensen hebben de boodschap van de klokken niet begrepen
Het bronzen gelaat van de klok werd donkerder. ‘Veel mensen hebben onze boodschap niet begrepen. Ze dachten, dat we slechts klokken waren, en geloofden niet, dat wij stemmen van God waren, die hen riepen. Bij overluiden meenden ze, dat we voor de doden luiden: Wie is er dood? Maar wij riepen de levenden! Op de dag van de Heer, op zondag, riepen wij de mensen om onder het Woord van de Heer te komen, maar heel veel mensen zetten alleen maar hun horloge erop gelijk! Er waren mensen, die wel kwamen, maar in de week vergaten ze dat een mensenleven van uur tot uur aan God behoort.’

Er is een Stem, die blijft
In de stilte van de nacht was één enkele slag te horen: half twee. ‘Ik ben blij, dat je gekomen bent,’ zei de klok. ‘We hoeven geen dank; we zijn slechts dienstknechten van Gods stem in de wereld. Eén ding moet ik je nog zeggen, de laatste boodschap voor de gemeente. Wij zullen haar niet meer roepen, maar er is een Stem, die blijft. Als wij zwijgen, roept God door. Hij heeft zijn Zoon gezonden in de wereld, die de Stem van de Vader is, waarmee Hij ieder mens roept. Deze Stem heeft men geprobeerd het zwijgen op te leggen door Hem te doden aan het kruis. Maar God heeft Hem opgewekt, zodat de stem van Christus doorgaat. Deze stem roept in oorlog en vrede, in tijden van nood: Laat u met God verzoenen! ’

De allerlaatste woorden van de klok
Toen gaf de klok mij een allerlaatste opdracht: ‘God heeft onze stem niet meer nodig. Hij zal roepen met zijn eigen stem, de stem van Christus de Heer. Zeg dit nog tegen jouw gemeente: “Luister vandaag naar zijn stem: ‘Wees niet halsstarrig …”’

Uitleg
Nadat ds. Klijn zijn droom verteld heeft, gaat hij wat dieper in op de oproep in Psalm 95 om niet halsstarrig te zijn, om jouw hart niet te verharden. Wat mensen elkaar aandoen, kan ertoe leiden, dat het hart vol raakt van angst, haat en wraakgevoelens. In alle nood en ellende roept de liefde van God mensen op om terug te keren tot de Vader. Reserveer God niet alleen voor de zondag, en sluit God niet buiten je leven van alledag!

Actueel
Dit is opnieuw een verkondiging vanuit de tijd van de Tweede Wereldoorlog, die het waard is om er met elkaar eens over door te praten: Wat heeft deze droom ons nu nog te vertellen? Ik zou 83 jaar na de droom van ds. Klijn er zo een preek over kunnen houden. Maar dat is niet nodig, want hoorders in de eenentwintigste eeuw zijn wijs genoeg om met de oproep van de klokken wat te doen of halsstarrig genoeg om het niet te doen.
ds. Gerhard ter Maat