Even voorstellen: ds. Roelie Reiling

Op de dag na Valentijnsdag mag ik voor het eerst in uw midden zijn als gastvoorganger. En dat nog wel in een  dialectdienst.

Ik heb mijn jeugdjaren doorgebracht in Aalten, van mijn derde tot mijn achttiende. En als driejarige leerde ik van de bewoners op de boerderij naast ons nieuwbouwhuis het Aaltens dialect. Om dat vervolgens als het maar mocht en kon graag te spreken.

Hele tijden was het niet echt aan de orde.

Toen ik ging studeren in Arnhem en later in Amsterdam was het ABN de voertaal.

Na aanvankelijk de CALO (Christelijke Academie voor Lichamelijke Opvoeding) te volgen als beroepsopleiding, om vervolgens gymjuf te zullen gaan worden, ging er  door een stevige operatie aan mijn enkel een streep door deze toekomstdromen. Het roer moest om. Na wat zijwegen en kronkelpaden kwam ik terecht bij de opleiding theologie. Geen lichamelijke oefeningen, maar geestelijke oefeningen zeg maar. Het paste me als een jas. Een heerlijke studietijd volgde. En daarna werken als predikante. Eerst op  Groot Graffel (nu GGNet), waar het Achterhoeks spreken en verstaan weer goed van pas kwam) en later op de Hartenberg (‘s Heerenloo). Ruim 30 jaar alles bij elkaar.

En nu woon ik al bijna 15 jaren in Steenderen, kan ik mijn Aaltens weer te pas en te onpas tevoorschijn halen.  Maar preken in het Achterhoeks? Een keer eerder heb ik dat gedaan. Een paar jaar geleden in Zelhem. En nu waag ik het er weer op.  Maar zoas ze bi-j ons zegt: ‘goed gaon.’ Het zal wel goedkomen toch? In elk geval verheug ik me erop samen met u en jullie te vieren dat er zoiets als liefde bestaat.

 

Bu’j d’r ok bi-j ?                                ds. Roelie Reiling