VEERTIGDAGENTIJD: BETEKENIS en DEFINITIE

De veertigdagentijd is de periode van veertig dagen die in het christendom voorafgaat aan Pasen en die in het kerkelijk jaar begint op Aswoensdag 6 maart in 2019) en gepaard gaat met soberheid en inkeer door zich te onthouden van of te matigen in het gebruik van voedsel,alcoholische drank en genotsmiddelen; de veertig dagen voor Pasen. Voorafgaand aan deze periode van inkeer en soberheid is er het carnaval, dat juist het omgekeerde van dit alles is. Na het uitbundige carnavalsfeest volgt (als het goed is) de periode van matiging.

Brood en vis                                           Tekst: Pastor Jos Droste

Uit mijn lang vervlogen kinderjaren heb ik nog net wat herinneringen aan de toenmalige strenge regels die golden in de vastentijd. Van Aswoensdag tot Paaszaterdag 12 uur kwam er geen vlees, in welke vorm dan ook, op tafel. Geen speklapje of gehaktbal, geen plakje metworst of ham op de boterham, geen jus. Ik weet niet meer of er voor de zondag misschien een uitzondering werd gemaakt. In plaats van vlees mocht je wel eieren of vis eten. Maar de visboer kwam niet elke week bij ons in het dorp. Gelukkig kon je potten zure haring kopen, en met aardappelpuree ging dat ook best. Je onthield je van vlees en vleesproducten, en als je vastte, gebruikte je maar één volledige maaltijd per dag., en in elk geval minder dan gebruikelijk. Wie extra zijn best deed, onthield zich ook van alcohol en seksuele omgang met je man of vrouw. In de vastentijd werden ook heel lang geen huwelijken gesloten.

Afzien van wat lekker is, dus. Niet omdat het slecht zou zijn, maar om je niet teveel af te laten leiden van waar je naar op weg was. Want vasten deed je ter voorbereiding op een belangrijk iets. Dat vinden we bij alle grote religies, dus ook in het Jodendom en het Christendom en de Islam. Door de gewone gang van zaken te doorbreken, maak je je bewust van het bijzondere van de tijd, en kun je je aandacht concentreren op waar je naar op weg bent. Door te vasten maak je ruimte, niet alleen in je lichaam, maar ook in je geest. Dat ligt ook ten grondslag aan het nuchter zijn voor de communie.

De Joden  kennen maar één verplichte Vastendag, de Grote Verzoendag. Dan wordt er helemaal niets gegeten. In Jezus’ tijd vastten vrome Joden ook op maandag en donderdag. Er konden ook  bijzondere vastendagen worden uitgeroepen, bij grote nood. Een soort hongerstaking, om God onder druk te zetten. Ook rouw kon aan aanleiding zijn om te vasten.

In de oude kerk werd er voor Pasen maar kort gevast, eigenlijk alleen op Paaszaterdag. Maar met de opkomst van de kloosters kreeg het vasten een grotere plaats, en nam men een voorbeeld aan Mozes en Christus zelf van wie geschreven staat, dat zij veertig dagen vastten.  En na de voorbereiding op Pasen kreeg ook Kerstmis een wat mildere voorbereiding in de Advent. Van de Joden nam men de gewoonte over om twee dagen in de week te vasten: op woensdag en vrijdag. Daarvan is lange tijd alleen de vrijdag overgebleven, tot in de zestiger jaren het hele vasten in onbruik raakte, of anders werd ingevuld. Na het Tweede Vaticaans Concilie zijn alleen Aswoensdag en Goede Vrijdag overgebleven als verplichte vasten- en onthoudingsdagen.

Er kunnen veel redenen zijn om geen vlees te eten. Vlees, van warmbloedige dieren,  zou de hartstochten van de mens aanwakkeren, en ons lui maken. Volgens de Partij voor de Dieren is vlees eten moreel niet te verantwoorden: dieren hebben ook recht op leven. Vis werd niet als vlees gezien, en mocht daarom wel.  Bovendien zou vissenvlees verkoelend werken. In sommige joodse en vroeg-christelijke tradities kon het eten van vis ook een religieuze betekenis hebben. In de Bijbel is op enkele plaatsen sprake van een zeemonster,  Leviathan, dat de dreiging en de dood symboliseerde die in het onstuimige water schuil kan gaan.. Volgens de profeet Jesaja heeft God dit beest geschapen om er mee te spelen. Het eten van de vis zou dan een teken zijn van de overwinning op het kwaad, en zo vooruitlopen op komst van de messiaanse tijd.

De maaltijd aan de oever van het meer van Galilea, waar Jezus de menigte voedt met vijf broden en twee vissen krijgt zo een diepere betekenis. Niet alleen wordt psalm 23 tot werkelijkheid (Hij leidt mij naar rustige wateren, daar kom ik weer tot leven), maar ook de overvloedige maaltijd met brood en vis wijst naar de overvloed van Gods nieuwe wereld. Ook als Jezus zijn leerlingen daar ontmoet na Pasen, is er geroosterde vis voor het ontbijt.

De vis komen we ook tegen als verwijzing naar Christus. In tijden van vervolging zou het een teken zijn, waaraan christenen elkaar  konden herkennen. De letters van het Griekse woord voor vis, IXTHYS, vormen de beginletters van Jezus Christus, Zoon van God, Redder. Op de bumpers van ´christelijke´ auto´s kom je zo´n visje nog wel eens tegen. In de wereld van de astrologie is de tijd van Christus die van het sterrenbeeld Vissen. Die zou in het midden van de vorige eeuw zijn overgegaan in die van de Waterman, ‘the age of Aquarius’, zoals in de musical Hair wordt gezongen. Of dat gevolgen heeft voor wat we eten en drinken? We vasten in elk geval minder, en eten meer vis. Op Aswoensdag en Goede Vrijdag is het nog steeds drukker dan op andere dagen.  Een goed gebruik hoef je immers niet op te geven. Maar het is goed je ervan bewust te zijn waarom je het doet.

Met toestemming overgenomen uit de nieuwsbrief van de St. Ludger- en St. Paulusparochie.