Heeft het sjabbatjaar nog iets te betekenen?

Tekst: Lieve Teugels, docent Semitica en Judaica

Het joodse jaar 5782, dat in september begon, is een zogenaamd sjabbatjaar. De regels voor het sjabbatjaar gaan terug tot de Hebreeuwse Bijbel. De bekendste zijn dat elk zevende jaar het land niet mag worden bezaaid en bewerkt, en de oogst niet mag worden verkocht. Het sjabbatjaar lijkt een perfect model van sociale rechtvaardigheid. Kunnen we nog iets met het sjabbatjaar, of moeten we het wegstoppen in de map ‘utopie’?

Sjabbatjaar in de Bijbel
We zijn nu midden in het joodse jaar 5782, dat in september 2021 begon. Dit is een sjabbatjaar, ook sjemitta genoemd. Dit komt één keer in de zeven jaar voor. De regels voor het sjabbatjaar gaan terug tot de Hebreeuwse Bijbel. De bekendste zijn dat in het zevende jaar het land niet mag worden bezaaid en bewerkt, de oogst niet mag worden verkocht, en dat wat er vanzelf toch opkomt, door iedereen geoogst mag worden (Exod. 23:1-11; Lev. 25:4). Daarnaast is er de regel dat in dat zevende jaar alle schulden moeten worden kwijtgescholden (Deut. 15:1-1). Bovendien moeten alle slaven in dat zevende jaar worden vrijgelaten, met voldoende proviand en huisraad om een zelfstandig leven te kunnen beginnen (Deut. 15:12-15). Er was overigens ook nog een variant van het sjabbatjaar, het jubeljaar dat na zeven keer zeven jaar plaatsvond, en waarvoor nog ingrijpender regels golden (Lev. 25:8-17). Het jubeljaar is reeds na de Bijbelse periode opgegeven als een niet-houdbare regel.
Sociale rechtvaardigheid
Het sjabbatjaar lijkt een perfect model van sociale rechtvaardigheid, als tenminste iedereen de juiste intenties heeft. In de Tosefta, een joods geschrift van het begin van onze tijdrekening, staat beschreven hoe een gemeenschap dat kan organiseren: de lokale overheid oogst alles wat opkomt, en verdeelt het dan gelijk over alle inwoners. Communisme zoals het ooit bedoeld was? En: heeft dit ooit gewerkt?
Geen ideale wereld
Al in de Bijbel zien we dat mensen gewaarschuwd moesten worden, vooral wat het kwijtschelden van schulden betreft. Mensen zouden wel eens niet meer zo bereid kunnen zijn om iemand geld uit te lenen naarmate het sjabbatjaar dichterbij kwam (Deut. 15:9). Hillel, de grote joodse geleerde uit de eerste eeuw, zag dat het probleem waarvoor de Bijbel al waarschuwt, zich ook echt voordeed: mensen konden geen leningen meer krijgen naarmate het zevende jaar dichterbij kwam. Hij stelde daarom een nieuwe regel op, die bekend staat als de Lees deze passage prosbul.. In het Babylonische Talmoed traktaat Lees deze passage Gittin staat beschreven hoe die verklaring in zijn werk ging: De persoon die de lening wilde geven, ging naar de rechtbank en verklaarde in aanwezigheid van rechters en getuigen dat het sjabbatjaar geen effect zou hebben op de lening: hij zou die altijd mogen terugvorderen. Dat lijkt een slimmigheid die helemaal zijn doel voorbijschiet, maar zo zagen de rabbijnse geleerden het niet. Ze zeiden dat Hillel de prosbul (uitlegregel) opstelde ‘voor het herstel van de wereld’, tikkoen olam. Het is beter dat mensen toch nog kunnen lenen met deze aanpassing, dan dat niemand meer iets kan lenen. Soms moet een ideaal systeem een beetje worden aangepast omdat mensen nu eenmaal niet ideaal zijn.
Herstel van de wereld
Niet alleen de prosbul, maar ook het sjabbatjaar als zodanig wordt in de joodse traditie gezien als een middel tot tikkoen olam. In deze tijd is het een model waar de hele wereld iets van kan leren: niet alleen de mensen, maar ook de dieren en het land varen er wel bij. Reeds in de Bijbel staat dat ook de dieren in het zevende jaar vrij toegang moeten krijgen tot al het gewas (Lev 25:7). Dat het goed is voor het land om te rusten, is iets wat traditionele boeren nog toepassen in het drieslagsysteem, een systeem waarbij iemands land in drie stukken wordt verdeeld, waarvan er telkens een deel braak ligt.
Sjabbatjaar vandaag
Wordt het sjabbatjaar nog toegepast? Weinig. Ten eerste gelden de regels alleen voor het land Israël. Daar proberen orthodoxe joodse boeren er zich nog aan te houden. Maar dan met allerlei omwegen die het economisch houdbaar maken, zoals bijvoorbeeld alleen producten van niet-joden kopen, of allerlei constructies met de tijdelijke verkoop van land. Wie kan het hen kwalijk nemen als alleen zij anders ten onder zouden gaan? Het sjabbatjaar was bedoeld voor een kleine agrarische maatschappij waar ieder zijn eigen voedsel teelt, niet voor grote stedelijke gemeenschappen.
Buiten Israël hoeft het eigenlijk niet, maar er zijn daar idealistische groepen die in het klein het sjabbatjaar proberen te volgen. Hun motivatie is waar het allemaal om te doen was: rechtvaardige verdeling van goederen en iedereen gelijke kansen geven. Anderen stellen een aangepaste lezing voor: vandaag zijn er andere manieren om verantwoord met voedsel om te gaan. De wereld schreeuwt om een eerlijke verdeling en om minder verspilling.
Geen utopie
Is het sjabbatjaar een utopie? In het begin van ‘de corona’– weet u nog – waren velen lyrisch over de stilte, de schone lucht en de herwonnen tijd die niet meer aan de ratrace en de files moest worden besteed. Zo ongeveer rond het begin van het joodse sjabbatjaar 5782, vorige herfst, leek het alsof al die effecten van de gedwongen rust alweer voorbij waren: we gingen weer produceren als voorheen; de herwonnen tijd was inmiddels ingevuld, alsnog meer tijd voor werk, online en via zoom.
Het sjabbatjaar is nog niet voorbij. Sjabbat betekent rust: voor land, mens en dier. In het joodse denken gaat dat steeds gepaard met rust om zich te bezinnen, voor familie, voor ontspanning. Ook al lijkt het letterlijke Bijbelse gebod van het sjabbatsjaar zijn beste tijd al lang gehad te hebben, toch kunnen we nog veel uit de oude teksten leren. Is dat niet zo met veel Bijbelse geboden? Door ze te interpreteren houden we ze levend. Onze wereld kan wel wat herstel gebruiken.

Bron: Bijbelblog van de Protestantse Theologische Universiteit, www.pthu.nl/bijbelblog