Tentoonstelling over emigratie

Achterhoek en West-Münsterland op drift Ging mijn familie ook?
                                       Tekst: Henk te Kulve, Arjan Ligtenbarg
                                       Illustraties: Wikipedia, EHDC,
Historische Kring KottenRond 1840 kwam in de Achterhoek en West-Münsterland een grote emigratiestroom op gang. Uit de Achterhoek emigreerden in veertig jaar tijd ongeveer 7000 mensen, waarvan uit Winterswijk bijna 2700, ongeveer een kwart van de bevolking. Enorme aantallen in verhouding tot het totale aantal inwoners destijds.
Waar zien we dat tegenwoordig? Hoe actueel is dit onderwerp? Waarom vertrokken ze en waar gingen ze naar toe? Vele vragen die de werkgroep Emigratie, bestaande uit het Euregionaal Historisch Documentatie Centrum, Stichting Historische Kring Kotten en de Heimatvereine Oeding en Mussum (bij Bocholt) ertoe bracht om deze vergeten geschiedenis op de kaart te zetten.
Het onderwerp begon te leven toen verre familieleden uit de USA voor een bezoek naar de Achterhoek kwamen. Er zijn ook reizen vanuit Nederland naar de USA georganiseerd; vooral in de jaren 1980-1990. Er zijn diverse boeken en artikelen aan gewijd. De werkgroep vindt het onderwerp actueel en wil door middel van deze tentoonstelling het grote publiek en het onderwijs aanspreken.

De reden voor emigratie: economisch en vanwege de Afscheidingsbeweging
Emigratie is een grote stap. Zeker in de 19e eeuw, toen de meeste Achterhoekers niet verder kwamen dan Zutphen of Arnhem, en dan nog bij uitzondering. Alleen de reis naar Rotterdam, Hoek van Holland of Maassluis was al een ongekende onderneming. En dan moest de oversteek naar Amerika, aanvankelijk alleen met zeilschepen, nog beginnen. Aangekomen in New Orleans of in New York was men nog lang niet op de plaats van bestemming; er waren nog 1000 à 2000 kilometer over land af te leggen.
De emigratie had een dwingende reden: regelmatig mislukten oogsten; vooral de aardappelziektes in de jaren 1840 brachten de bevolking op het randje van de hongersnood. De bevolking groeide gestaag, maar uitbreiding van boerderijen was op de bestaande esgronden niet mogelijk. Vele onvruchtbare en moerassige gebieden waren ongeschikt voor landbouw.
Het afscheid was voorgoed: na vertrek zagen de families elkaar de rest van hun leven niet meer terug. De eerste emigranten verwierven, na een langdurige en afmattende reis, een afgebakend stuk volstrekt woeste grond, waarop een blokhut werd gebouwd en een boerenbedrijf werd gestart.
Eén goed vooruitzicht hadden de emigranten: na vijf jaar wonen en werken werd de grond hun eigendom, iets waarvan vele pachtboeren, meestal met 4 à 8 hectare, alleen maar droomden. Dit was mogelijk dankzij het Holland Land Program in het westen van de staat New York, en na 1862 met de Homestead Act, met een te verwerven stuk grond van maximaal 65 hectare, in de meer westelijk gelegen staten.

De Afscheiding
In de negentiende eeuw had de Nederlands Hervormde Kerk een vrijzinnig karakter. Sinds de eenwording van de Nederlanden in 1815, dus inclusief België en Luxemburg, moest men zich ook verstaan met een groot rooms-katholiek bevolkingsdeel.
Er ontstond een beweging die de godsdienst dieper wilde beleven. Deze ontstond in 1749 in Nijkerk, dat getroffen werd door o.a. watersnood en veepest. De bevolking meende dat deze rampen een straf van God waren, en dat er logischerwijs een zondige manier van leven aan voorafging. Deze mensen gingen over tot een streng religieus leven (de zogeheten ‘beroerden’), deden veel aan gebed en smeekten om genade. Men beriep zich op de Dordtsche Synode van 1618-1619 (uit de tijd dat er helemaal geen Nederlandse staat was), waarin de officiële leer van de Hervormde Kerk in calvinistische stijl was vastgelegd. Staatsman Guillaume Groen van Prinsterer bepleitte een godsdienstige levenshouding, maar wilde geen splijting in de Hervormde Kerk. Maar de conservatieve predikanten De Cock en Scholte verkondigden in 1834 de Afscheiding.
In Hattem veroorzaakte de conservatieve predikant Anthony Brummelkamp een vechtpartij tijdens een kerkdienst. De provinciale synode zette hem af, maar Brummelkamp sloot zich aan bij de Afscheiding en startte in 1835 in Arnhem een eigen predikantenopleiding (in 1854 zou deze opleiding worden ondergebracht in de Theologische Hogeschool in Kampen).
Maar nieuwe kerkgenootschappen waren niet toegestaan. De staat erkende alleen de bestaande religies bij de oprichting van het koninkrijk in 1815. In het algemeen ging het de aanhangers van deze kerk economisch ook slecht, vaak had men een klein boerderijtje met onvoldoende opbrengsten. Daarom werd emigratie naar de USA aantrekkelijk, waar toen volledige godsdienstvrijheid gold.
De eerste emigranten (uit Kotten en Woold) gingen vooral naar Clymer (New York). De ‘Afgescheidenen’ volgden ds. Van Raalte naar Holland (Michigan). Een groep Meddonaren kwam in Alto (Wisconsin) terecht. Een grote groep Winterswijkers kwam naar Sheboygan County (Wisconsin). In Oostburg, Cedar Grove, Gibbsville en Hingham kwamen nederzettingen met merendeels Winterswijkers, Aaltenaren en Zeeuwen. Rooms-katholieken vonden in Cleveland (Ohio) een plek en inwoners uit Ratum kwamen in Muscatine (Iowa) terecht. De Duitse emigratie vinden we terug in Cleveland (Ohio), Cincinnati (Ohio), Cullman (Alabama) en Quincy (Illinois).

Van pionier naar landverhuizer
Gaandeweg schreven de eerste pioniers brieven naar hun familie, wat diverse ondernemende mensen ertoe aanzette om ook deze grote stap te wagen. De nieuwe emigranten troffen daar hun familie en vroegere buurtgenoten aan, wat hun leven in de USA direct gemakkelijker maakte.
Na 1865 vervingen steeds meer stalen stoomschepen de houten zeilschepen. Men voer nu op dienstregeling en was niet langer afhankelijk van de wind. In die tijd kon de verdere reis over land al grotendeels per trein worden gemaakt.
De noodzaak van emigratie door het verbod op de Afgescheidenen verviel ook: in 1848 kwam de nieuwe grondwet tot stand, met een scheiding van kerk en staat. Voortaan mochten alle godsdiensten vrij bestaan. Zo ontstonden geleidelijk, uit vele plaatselijke afgescheiden bewegingen, diverse grote gereformeerde kerkgenootschappen.
De emigratiegolf duurde tot 1880. Daarna boden textielfabrieken, bouwbedrijven en spoorwegen veel nieuwe werkgelegenheid. Door de uitvinding van de kunstmest waren woeste gronden ook te ontwikkelen tot landbouwgebied, het werd nu mogelijk om nieuwe boerderijen te stichten.

Emigratie in de jaren 1950
Meer in het geheugen ligt de naoorlogse emigratiegolf. Deze trend was niet op acute hongersnood gebaseerd, zoals rond 1840, maar meer op emoties en verwachtingen. De overheid stimuleerde deze emigratie. Nederland zou niet meer dan dertienmiljoen inwoners kunnen onderhouden, Europa was in tweeën gedeeld door het IJzeren Gordijn, een nieuwe wereldoorlog dreigde, met gebruik van atoombommen. Economisch was er nog veel te verbeteren. Dat kwam niet alleen door de oorlogsjaren, maar ook door de voorafgaande crisisjaren. De schaarste duurde daardoor al bijna twintig jaar, vanaf 1930. Alle spullen waren afgeschreven, versleten en afgedragen. De USA en ook Canada, Australië en Nieuw-Zeeland waren de nieuwe ‘beloofde’ landen. Vooral de USA oogsten bewondering: je kon ‘van krantenjongen miljonair worden’, en alles was er mooier, beter, groter, nieuwer, rijker en royaler dan in Europa. Dat was althans de gangbare opvatting.

De tentoonstelling
Een beamershow toont foto’s van wat de emigranten mogelijk het laatste zagen bij hun vertrek. Vervolgens de reis naar de havens, inschepen, de bootreis zelf, aankomst in de USA met geduchte ondervraging en vervolgens het traject naar de plek van vestiging.
Er kan ook navraag worden gedaan of er familie van de bezoeker is vertrokken.
Parallellen met latere migratiestromen komen ook aan de orde. Gezien het actuele belang van het onderwerp ondersteunen de gemeenten Aalten, Bocholt en Winterswijk financieel dit initiatief, terwijl ook de Euregio en het Prins Bernhard Cultuurfonds hebben bijgedragen.

Wanneer: 23 mei t/m 4 juni, van 11.00 tot 17.00 uur

Waar: Naobershuus, Prinsenstraat 27, Aalten
Toegang: Vrije gift

Bronnen
– Wim Geesink, Van Dale naar Amerika, artikelenreeks Contactorgaan Aalten-Dinxperlo-Wisch, jaargangen 2015-2017
– Henk te Kulve, De exodus van Winterswijk, eigen uitgave 2010
– Dolly Verhoeven & Marc Wingens (red.): Geschiedenis van Gelderland, De canon van Gelders verleden, Walburg Pers 2010