‘Omdat het me zoveel voldoening geeft!’

Joop Ormel 50 jaar organist in Aalten

tekst Johan Scholl, foto’s Jan Oberink

Johan: Vijftig jaar geleden, op 1 maart 1972 werd Joop Ormel benoemd tot organist in de toenmalige Gereformeerde Kerk van Aalten. Reden genoeg om hem eens in het zonnetje te zetten.
Zonder enige twijfel rijd ik op de afgesproken tijd naar Lintelo, maar daar aan de Halteweg blijkt dat Joop en Henny Ormel al twee jaar op Het Verzet in Aalten wonen, in een zogeheten levensloopbestendige seniorenwoning. Dus ik weer terug, en iets later dan gepland zitten we daar met z’n drieën aan de koffie.
Johan: ‘Ik dacht dat je zo verknocht was aan Lintelo?’
Joop: ‘Dat is nog steeds zo, want ik fiets nog enkele dagen per week op en neer naar Lintelo als vrijwilliger in het Kulturhus.’

Johan: Hoe is het allemaal zo begonnen?
Joop: Ik groeide op in Lintelo. Daar begon mijn muzikale verhaal bijna vanzelfsprekend als lid van Advendo. Als tiener kreeg ik daarnaast orgelles, eerst van dhr. Tuenter, daarna van dhr. Kok. Toen ik 17 jaar was meldde ik me via de muziekschool Doetinchem bij Sjoerd Mook. Elke week reed ik op mijn brommertje door weer en wind naar Doetinchem op en neer. Sjoerd Mook was oud cantor-organist van de Hervormde Kerk van Aalten, en een geweldige organist en pedagoog.
Ik was 19 toen ik organist werd in de Goede Herderkerk en na een half jaar ook in Het Anker in Doetinchem. Het was de tijd van de invoering van het nieuwe Liedboek voor de Kerken en het werd ook mijn taak om nieuwe melodieën, vaak ook zingend, in de diensten aan te leren. Een fijne tijd, fijne diensten en ik heb daar veel geleerd.
In Aalten ben ik in 1972 benoemd als organist in de Westerkerk. Dan speelde ik dus ‘s morgens in Doetinchem en ‘s middags in Aalten, vaak drie diensten op een zondag.

Johan: En door de week?
Joop: Dan was ik naast mijn dagelijks werk actief in de blaasmuziek, bij Advendo, en later volgde ik een dirigentencursus bij Piebe Bakker. Ik werd dirigent van diverse muziekverenigingen in de omgeving.
Het samenspel in een orkest, levert ook voor een organist veel leerervaringen op. Daardoor ontstonden ook meer mogelijkheden om in de kerkdiensten samen te werken met blazers, zoals o.a. met Henk Jan Radstaak. Bij de adventswijdingen van De Eendracht en het Aaltens Christelijk Mannenkoor leverde ik ook jarenlang mijn bijdrage.

Johan: Welke veranderingen waren er bij de vorming van de Protestantse Kerk?
Joop: Die fusie had voor mij eigenlijk al veel eerder mogen gebeuren. In 1970 speelde ik als goed gereformeerde Aaltenaar al in de diensten in de Ned. Hervormde Kerk in Doetinchem, geen probleem.
Hier in Aalten waren er nog wel eens problemen omdat gereformeerde organisten niet in de Oude Helenakerk mochten spelen, omdat zij doorgingen voor amateurs, hoewel ze, in geval van nood wel werden gevraagd om een dienst te spelen, hetgeen ik weigerde. Dat is nu gelukkig allemaal achter de rug en we werken nu als College van Organisten heel goed samen.

Johan: In al die jaren waren er vast onvergetelijke momenten, kun je er een paar noemen?
Joop: …….De reacties van de mensen, de waardering voor je spel, die je krijgt, daar doe je het voor! En die reacties waren er, ook natuurlijk wel eens mindere.
……… Die ontelbare voorspelen, die ik al improviserend gemaakt heb, al die jaren, en dat ik dan soms achteraf denk: ‘Hoe heb ik dat gedaan!’ of later dacht ‘Dat had ook wel beter gekund.’
……… Die keer dat ik eens een kerkdienst heb gemist. Het was ds. Van den Berg die mij naderhand belde en met zijn karakteristieke stem tot mij sprak : ‘U spreekt met uw herder, is er vanmorgen misschien iets dat u vergeten hebt?…….’
…….. Nog niet zo lang geleden: een 75-jarige kreeg van zijn kinderen een privé-orgelbespeling door mij gegeven, cadeau. Dat was genieten zowel voor de jarige als voor mij, heerlijk om te doen!
…… Op de jaarlijkse Monumentendag speelde ik eens in de Oude Helenakerk. Er kwam een meisje met Down-syndroom op de orgelzolder en die vroeg heel open of ik ‘Groot is uw trouw’ kon spelen. Ik zei: ‘Dat wil ik wel, maar dan moet jij meezingen!’ En zo gebeurde het, dat was ontroerend! Het lied was nog amper gespeeld of ik kreeg meteen daarop van een andere bezoeker op de orgelzolder, het verzoek ‘Alle Menschen werden Brüder’ met het volle werk. Dat contrast! Dan is muziek emotie.
……..Zo waren er ook vele momenten op vakanties dat ik gelegenheid kreeg om spontaan op vreemde orgels in vreemde kerken te spelen. En de reacties van de luisteraars, daar doe je het voor!
……..En die keer dat ik op mijn motor (dat was een andere hobby van mij) naar Ede reed en een orgelconcert bijwoonde en de organist het concert besloot met Psalm 25 . De inleiding was geweest en het koraal werd ingezet en de vele Veluwse bezoekers begonnen spontaan mee te zingen, op hele noten(!) “Heere maak mij uwe wegen….” De hele terugweg zat ik nog met kippenvel op de motor met die psalm in mijn oren.
…… En die keer dat ik met mijn muziekvriend Henk Lensink bij een muziekconcours in Drachten was, en we er de bijdrage van Brassband ‘De Bazuin’ uit Oenkerk hoorden, ‘I shall love but Thee’, luister maar eens op YouTube!’

Johan: Wat zijn je ervaringen in coronatijd?
Joop: Ik ben zo blij dat er nu weer gezongen kán en mág worden. Ook de kerkgangers hebben dit enorm gemist. Er gaat niets boven orgelspel en gemeentezang, en dan ‘met hart en ziel, en uit volle borst!’

Johan: Hoe zie je de toekomst van de kerkmuziek?
In veel kerkdiensten hebben naast het kerkorgel zang- en muziekgroepen hun plaats gevonden. Het mooiste is nu de goede samenwerking tussen die diverse richtingen. Wat dat betreft hebben we in de persoon van Harry van Wijk een geweldige cantor-organist in huis, die net zo makkelijk kan samenspelen met een gospelgroep in een opwekkingslied, als met een kopergroep, of leiding kan geven aan de cantorij. Bij enkele van zijn orgelbespelingen assisteerde ik hem als registrant. Ikzelf ben meer van de traditionele diensten en dat is zo mooi aan het team van organisten: ieder heeft zijn eigen stijl.

Johan: Tot slot:
Joop: Ik heb uitgerekend dat ik in die 54 jaar, waarvan 50 jaar in Aalten, Doetinchem, Bredevoort en Dinxperlo zo ongeveer 5200 diensten heb gespeeld, waarvan 2600 gewone kerkdiensten, 2000 rouwdiensten en 600 trouwdiensten. Voor al die gespeelde rouw- en trouwdiensten, ben ik mijn toenmalige collega’s in het bedrijf en op het gemeentehuis nog steeds erg dankbaar dat ze me hiervoor de tijd en de ruimte hebben gegeven.
Johan: Waarvan akte!
Joop: Maar dit heb ik ook alleen kunnen doen dankzij mijn vrouw Henny die me al die jaren steunde en me de vrijheid heeft gegeven om dit te doen. Ik noem haar vaak mijn motor en mijn rem. De motor die me stimuleert en bij gelegenheid de rem, als het teveel wordt. We kregen samen drie dochters en een zoon, en zijn gezegend met tien kleinkinderen.
Onze kinderen zijn ook actief in muziek en zang en ook onze kleinkinderen
laten van zich horen. Een van mijn kleindochters zei eens: ‘Opa, wat ben jij een geluksvogel!’ ‘Waarom dan?’ vroeg ik. ‘Omdat je zulke lieve kleinkinderen hebt!’
Ik wil nog graag even van de gelegenheid gebruik maken, om na de diensten kerkbezoekers uit te nodigen op de orgelzolder te komen. Veel bezoekers zijn nog nooit op de orgelzolder geweest, dus: ‘Van harte welkom!

Ik hoop dat ik bij gezondheid nog een flink aantal jaren kan en mag blijven orgelspelen, tot eer en glorie van de Heer, en omdat het me zoveel voldoening geeft.