SAMEN ZOEKEN NAAR PERSPECTIEF

door: Liesbeth Greijdanus-Stenebome

Op een mooie ochtend in november schuif ik aan bij Henk Westervelt en Jan-Willem Duenk. Samen zijn ze ruim een maand geleden begonnen als respectievelijk voorzitter en scriba van de kerkenraad van de PGA. Ze zijn beiden nieuw in hun functie en vinden het prettig elke week met elkaar te sparren.

Jullie zijn geen onbekende gezichten in Aalten maar kunnen jullie toch even kort iets over jezelf vertellen?
H: ‘Ik ben geboren in IJzerlo en op een paar jaar Arnhem na heb ik altijd in Aalten gewoond. Ik heb in het pastoraat gezeten van Bartimeushage in Doorn, een instelling voor mensen met visuele en andere beperkingen. Er was een eigen predikant met wie ik diensten organiseerde voor cliënten en familieleden. De laatste jaren heb ik bij Estinea gewerkt.’
JW: ‘Ik ben geboren in Barlo en in het onderwijs terechtgekomen. In 1997 zijn we na tien jaar Doetinchem naar Aalten teruggekomen. Ik ben altijd in het onderwijs werkzaam geweest.’

Kunnen jullie kort iets vertellen over wat een voorzitter en een scriba doen?
H: ‘Zoals ik het zie ben ik waar dat nodig, is de spreekbuis van de kerkenraad naar buiten toe. Ik zit de vergaderingen van de kleine en grote kerkenraad voor en ook die van het moderamen. Contacten naar derden kunnen ook via de scriba, denk daarbij aan mailverkeer en andere schriftelijke contacten. Ik ben meer een man van het spreken dan van het schrijven en ben dan ook heel blij dat Jan-Willem scriba wil zijn. We spreken elkaar wekelijks en hebben het dan over: Hoe doen we het? We zoeken samen. Hoe stemmen we dingen af? We nemen de tijd om dingen op te pakken, zoals we denken dat goed is voor onze gemeente.’
JW: ‘Als scriba ben ik lid van het moderamen, van de grote en kleine kerkenraad. Ik verzorg de agenda’s voor de vergaderingen, ik zorg voor de stukken voor de beide kerkenraden en ik verzorg alle post. Ik ben heel blij dat Arjen Smit en Wim Bulsink wijkscriba blijven en dat Arjen Smit blijft notuleren bij de vergaderingen van de kleine en grote kerkenraad. Want ik ben ook nog kerkrentmeester en dat blijf ik ook doen. Ik doe de personele kant en daar gaat wel wat tijd in zitten.’

Zoals we allemaal weten heerst er nogal wat onvrede onder kerkleden over de overdracht/ verkoop van de OHK. Hoe gaan jullie daarmee om?
H: ‘Er is veel tijd en energie in opgegaan. Ik vind het jammer dat er zo weinig tijd is geweest om te laten zien hoe we gemeente willen zijn. Ik wil het graag hebben over inhoudelijke geloofsbeleving. Nu hebben we de situatie waarin mensen elkaar soms niet begrijpen, niet accepteren wat er gebeurd is. Er zijn keuzes gemaakt en keuzes doen altijd pijn. Maar we moeten verder met elkaar. Voor mij betekent geloof naastenliefde.’
Henk hoopt dat het lukt een oplossing te vinden voor de situatie waar we nu in zitten. Hij beseft dat het niet gemakkelijk zal zijn en dat het vast pijn doet. Belangrijker vindt hij de vraag die we ons moeten stellen wat we als kerk willen, hoe we gemeenschap willen zijn. Er gebeuren nog steeds heel mooie dingen in onze gemeente. ‘Dat heeft mij ertoe gebracht toch ‘ja’ te zeggen. We moeten het samen doen.’
Jan-Willem onderschrijft wat Henk zegt. ‘We zullen wat er gebeurd is niet vergeten, maar ik hoop dat we het een plek kunnen geven. We hebben verschil van mening, maar we willen samen verder. Dat is een uitdaging maar ik wil er vertrouwen in hebben dat het gaat lukken.’
H: ‘Laten we elkaar vasthouden, kijken naar elkaars kwaliteiten. Als we in alles hetzelfde denken, kan dat ook beperken. Verschillen kunnen maken dat we samen verder komen. Het gaat uiteindelijk om wat ons bindt. Dat moet toch ons geloof zijn. De plek, het gebouw, is wel belangrijk maar staat toch niet voorop?’
JW: ‘Dit komt steeds weer terug in onze gesprekken. We moeten perspectief hebben, verder kunnen. We zijn nog steeds een levende gemeente. Er gebeurt best veel in de kerk waar we trots op mogen zijn.’
H: ‘We hebben het er veel over samen. Je merkt in de vergaderingen dat men er ook wel over wil praten. Tegelijkertijd is er ook de vraag of we dingen nog wel kunnen zeggen. Ik zie dezelfde dingen terug als in de maatschappij om ons heen; verharding. Dat vind ik erg om te zien en te ervaren.’
JW: ‘Dat het verdriet doet is duidelijk. We hebben verschil van inzicht, maar dat we niet bij elkaar komen, dat is erg jammer.’
H: ‘We moeten deze discussie vanuit een ander perspectief voeren. Wat wil ik als gemeente? Wat heb ik daarvoor nodig? Heb ik twee gebouwen nodig? Wil ik daar één keer per week zijn of wil ik dat het elke dag open is voor verschillende activiteiten? Er moet een stip op de horizon zijn.’
Hoe we gemeente willen zijn en bezig zijn met het geloof zijn onderwerpen die zeker op de agenda van de van de kerkenraad staan. Tegelijkertijd zijn volgens Jan-Willem actuele zaken toch wel belangrijk. ‘Je moet eerst ergens een punt achter zetten en dan kun je verder. Hoe inspireer en motiveer je elkaar om samen gemeente te zijn? Niet alleen de predikant, de kerkelijk werker, maar ook individuele gemeenteleden moeten in actie komen. Hoe ga je met elkaar in gesprek?’
H: ‘Ik denk dat daar wel behoefte aan is. Er gebeurt zoveel in ons leven, waarbij we allerlei angsten en/of vragen ervaren. In gesprekken kun je dat kwijt en ervaren dat anderen dat net zo hebben. Dat werkt verbindend. Misschien moeten we wel weer iets organiseren waarvan we denken: Hoe kan het dat we dat niet meer hebben?’

Dat brengt het gesprek op communicatie. De kerkenraad is van plan in elk KerkVenster een bericht te plaatsen over wat er in de vergaderingen besproken is. Daarbij vindt Henk het belangrijk dat ze transparant proberen te zijn. Hetgeen niet betekent dat alles dan meteen openbaar is. ‘Soms zijn dingen niet meteen transparant omdat je zorgvuldig wil zijn. Daar moet begrip voor zijn. We moeten verantwoording afleggen van wat we doen.’

Hoe kijkt de kerkenraad aan tegen invulling van toekomstige predikantsplaatsen?
H: ‘Dat staat zeker op de agenda. We moeten een beroepingscommissie benoemen. Eerst moet er duidelijkheid komen voor hoeveel fte we een predikant mogen beroepen. Daarvoor moet eerst worden onderzocht of de gemeente genoeg geld heeft om een nieuwe predikant voor tenminste vijf jaar te kunnen betalen. Dat geld zit voor een groot deel in stenen en andere zaken en staat niet op de betaalrekening. De eisen waren erg streng maar het lijkt erop dat ze versoepeld worden. We willen het liefst dat er al een predikant is bij het vertrek van Hendrik-Jan Zeldenrijk.’

Een groep van zes kerken in de Oost-Achterhoek is zich samen aan het beraden op de toekomst van kerkzijn. Het doel is elkaar te ondersteunen, krachten te bundelen door bijvoorbeeld het runnen van een gezamenlijk kerkelijk bureau. De PG Bredevoort is een van deze gemeentes. Hoe kijkt Aalten aan tegen deze samenwerking?
JW: ‘We doen actief mee in het overleg. Eerst was het een overleg van de voorzitters van de kerkenraden, maar toen zijn de kerkrentmeesters erbij gehaald. De VKB (Vereniging Kerkrentmeesterlijk Beheer) begeleidt ons daarin. De gesprekken zitten nog in de experimentele fase. Waar liggen de pijnpunten per gemeente? Waar zouden we elkaar kunnen vinden? Waar ligt mogelijke samenwerking met behoud van het ‘eigene’? Soms is er in een gemeente maar een persoon die iets doet. Dat maakt zo’n gemeente kwetsbaar. En we willen voorkomen dat wat voor de ene gemeente financieel een voordeel is ten koste gaat van een andere gemeente.’

Iets heel anders. Hoe komt het dat er zo weinig vrouwen te vinden zijn in de kerkenraad?
Beide heren reageren onmiddellijk met: ‘Als we daar toch eens het antwoord op vinden.’ Henk zou graag zien dat de kerkenraad een afspiegeling is van de geloofsgemeenschap: ouderen, jongeren, vrouwen, mannen. Hij wil met de jongere generatie om tafel om te kijken wat er voor de toekomst gebeuren moet. Gemeenteleden moeten zelf in actie komen. Beide heren zien dat mensen zich niet gemakkelijk durven te verbinden aan een kerkenraad. ‘Terwijl daar echt heel gewone mensen in zitten’, aldus Jan-Willem. ‘We moeten ook kijken hoe we verder kunnen gaan om te bouwen.

Hoe zijn we gemeente met elkaar? Wat heb je ervoor over?’ Samen zoeken naar perspectief dus.