Scherven die spreken…

Er zijn van die dagen waar de honden geen brood van lusten: de dag waarop je te horen kreeg dat je ziek bent, de dag waarop je je kind verloor, de dag waarop je afscheid moest nemen, of je een ongeluk overkwam. De dag waarop je brak en dacht: waar doe ik het allemaal voor? Wat heeft dit in hemelsnaam voor zin? Dagen waarop je dacht: wat had ik dit vreselijk graag over willen slaan. Momenten waarop het noodlot toesloeg en jij je voelde als Job. Tja… en dan moet je verder… Maar waarheen? Waarom? En… waarvoor? Je staat stil, maar niet te lang want je moet verder, verder omdat het leven dat van je vraagt of zelfs eist…

We leven in een gebroken wereld. Dat is pijnlijk om te erkennen, we maken in ons leven allemaal het nodige mee, heil maar ook zeker onheil. Maar eerlijkheid hierover is misschien wel de eerste stap richting hoop; hoop op betere tijden, hoop op heling en herstel. Gebrokenheid vraagt om deling; het moment waarop we niet doen alsof alles nog heel is, maar het moment waarop we onze barsten durven te tonen en een ander naast ons kan komen staan. Wat gedeeld wordt, wordt lichter; wat uitgesproken wordt is niet langer eenzaam.

En toch: scherven brengen geluk, geen gezegde dat lastiger uit te leggen is dan dit! Alsof de ellende brenger van iets goeds zou kunnen zijn. Het heil zit niet in de gebrokenheid, maar in het goede wat ons daarna pas kan overkomen. In scherven ontvouwt zich de waarheid; niet het perfecte maar de échte waarheid. Het dwingt ons om stil te staan, opnieuw te beginnen en te heroverwegen. Iedere scherf is het bewijs van leven: het leven dat we zó liefhadden, de risico’s die we wel moesten nemen en waar we soms van wakker lagen, dat wat we soms met knikkende knieën durfden; vaak waren we te bang maar dikwijls ook niet!

Daar waar we verloren, gingen we ondanks dat toch weer verder… Zo raken goed en slecht elkaar voortdurend. Ze zijn geen zuivere tegenpolen, maar ze liggen in elkaars verlengde. In het goede schuilt kwetsbaarheid en in het slechte soms een kiem van inzicht of vernieuwing. Het leven is geen strakke scheiding van licht en donker, maar meer een mozaïek waarin beide onlosmakelijk met elkaar verweven zijn.

In het christelijk geloof komen die spanning en hoop samen in het Heilig Avondmaal dat eigenlijk de kern is van onze traditie en van ons geloof. Brood dat gebroken wordt en wijn die gedeeld wordt: geen symbolen van volmaaktheid, maar van liefde die door die gebrokenheid heen werkt. In het delen van Christus’ gebrokenheid klinkt een uitnodiging: neem, deel en herinner. De diepste heling begint vaak precies daar waar iets niet meer heel is.

En dan zijn daar die wonderlijk zachte woorden uit Psalm 56: Doe mijn tranen in Uw kruik. Een beeld dat zegt: God gaat niet lichtzinnig om met ons leed. Geen traan verdwijnt ongemerkt; er wordt notitie van gemaakt, zorgvuldig en aandachtig. En in de Openbaringen klinkt de belofte dat God alle tranen van hun ogen zal afwissen. Niet door te zeggen dat het allemaal wel meeviel, maar door te erkennen dat het zwaar was en dat er bij Hem een toekomst is waarin die tranen niet langer nodig zullen zijn.

We leven in een gebroken wereld. Maar onze scherven worden niet genegeerd. Ze worden gezien, bewaard en gedragen. En ooit, zegt ons geloof, zal er bij Hem iets zijn waardoor heling écht voltooid wordt. Misschien is dat de grootste hoop van ons allemaal: Dat niets verloren gaat; niet onze pijn, niet onze tranen, en zeker niet ons verhaal…

Willem Stoelhorst