‘t Is mooi ewest

Ik zit aan tafel met Wim Westerveld, Ben Stronks en Jan Westerveld, alle drie vrijwilligers die tot voor kort het tuinonderhoud van de Oude Helenakerk verzorgden. Ben Stronks kwam in het tuinteam tijdens de verbouwing van gebouw Elim (2010), Wim Westerveld was de opvolger van Bertus Kempink en Jan Westerveld was eerder lid van de tuinploeg van de Oosterkerk en sinds drie à vier jaar bij de Oude Helenaploeg.

Het kost in de regel een halve dag in de veertien dagen om de tuin piekfijn in orde te krijgen. Er zijn echter periodes dat er iets meer tijd nodig is. Met name als de bladeren vallen van de mooie treurbeuk, of als er in het dorp een groot feest (kermis, Aaltendagen enz.) is geweest, dan is er veel (schoonmaak-)werk aan de tuin. Alle drie vinden ze dat ook belangrijk, de kerktuin is tenslotte een visitekaartje van de kerkelijke en burgerlijke gemeente. Dat laatste hadden de tuinlieden hoog in het vaandel staan. Af en toe werden ze wel eens positief aangesproken door voorbijgangers, zoals die ene mevrouw die verklaarde dat God het vast mooi zou vinden, het werk dat ze deden, anders zou Hij zelf wel naar beneden komen.

Lastig vonden ze op een gegeven moment het maaien van de grasvelden, met name de schuine kanten aan de west- en zuidzijde. Daar is toen een goede oplossing voor gevonden doordat Dick Stronks deze nu maait. Wel is het grasveld een zorgenkind, met name in de recente droge zomers. Beregenen is bijna niet te doen, met als gevolg dat het onkruid welig tiert tot op de dag van vandaag. Ook de verschillende graafwerkzaamheden voor het leggen van kabels, verwarmingsbuizen en waterleiding heeft het gras geen goed gedaan.

Op mijn vraag of ze ook ondersteuning bij hun werkzaamheden krijgen, bijvoorbeeld bij aanleg of keuze van de groenvoorziening, is in eerste instantie het antwoord nee. Wel is er een paar keer een nieuw inrichtingsplan gerealiseerd, o.a. door Gerrit Mengerink en Dick Stronks. Eerstgenoemde heeft er o.a. voor gezorgd dat er bloemen en struiken zijn aangeplant die een Bijbelse betekenis hebben. Tegenwoordig is Dick Stronks beschikbaar voor advies en eventuele hulp. Ze hebben wel problemen met ‘hoogtijdagen’ in het centrum. Er wordt dan veel geravot in de kerktuin, waardoor er regelmatig planten en delen van bomen sneuvelen, en er wordt veel rotzooi achtergelaten. Zo worden de tuin en de trappen nogal eens gebruikt als picknickplek, en dan blijven er de nodige restanten achter.

Officieel zijn deze mannen al gestopt met het werk. Ze hadden ook verwacht dat er al een nieuwe ploeg klaar zou staan om hun werk over te nemen. Toen ik hun vertelde dat dit waarschijnlijk nog niet het geval is, zeiden ze tegen elkaar: ‘Dan modde w-j ’t nog maor een kere doon, want daor mot wal wat gebeur’n.’

Een mooi gebaar van drie vrijwilligers die wel willen stoppen maar ook niet zo maar de boel de boel kunnen laten. Drie tuinmannen weer aan het werk alsof ze nooit ophouden.
Maar aan alles komt een eind en ze hopen dus dat er snel een paar nieuwe vrijwilligers komen, zodat de kerktuin en directe omgeving er als een plaatje bij blijven liggen.

Op het eind maak ik nog een foto, waarmee met enig tegenstribbelen wordt ingestemd. Nadat de foto is gemaakt komt de groep tot de conclusie dat dit eigenlijk niet kan, ze hebt namelijk ‘de goeie klere an’ en dat ‘heurt neet bi-j tuinmannen’.
Ik beloof terug te komen bij het volgende onderhoud, maar dan blijkt dat de tuinmannen al snel klaar waren met hun werk en ik de foto kan vergeten.

Dus toch maar een statieportret.

Tekst en foto: Arnold Arentsen