Verhaal van Ghassan Aleleiwi

Hieronder het verhaal van Ghassan Aleleiwi: tijdens de vlucht was hij 8 jaar oud en op 12-jarige leeftijd heeft hij onderstaande tekst geschreven.

Wij woonden alle tijden gezellig en leuk niet arm niet rijk gewoon een gelukkig leven maar opeens gingen we naar mijn oma om Suikerfeest te vieren: dat is een feest na Ramadan en dan heb je allemaal lekkere dingen en toen wouden wij terug gaan naar ons huis. We waren nog net bij ons dorp en toen kwamen militairen zeggen dat we hier absoluut niet naar binnen mochten komen (dreigend)  anders werden we dood geschoten  want er vielen bommen op ons dorp en toen moesten  we weer terug naar oma zodat we bij haar konden slapen. Mijn moeder zat plotseling te huilen omdat ze bang was dat ze gingen inbreken en alles kapot gingen maken en ze huilde ook om haar kleren.  Ik was daar nog maar 8 jaar. Ik huilde ook omdat ik wou slapen maar ik kon niet eens slapen. We hadden geen elektriciteit, het was heel koud, ik hoorde alleen maar bommen en kogels. Honden die werden dood geschoten, het was echt verschrikkelijk bij mijn oma en mijn vader vertelde het hele verhaal aan mijn oma.
Ik ging toen naar bed en toen vroeg ik aan mijn moeder kunnen we naar huis toen vertelde zij het hele verhaal. Ik huilde toen omdat ik mijn spullen terug wou mijn iPad, mijn computer, mijn fiets, mijn speelgoed, mijn kleren maar uiteindelijk zei mijn moeder dat we niet terug konden  en toen gingen we naar een huurhuis met mijn oma want in haar wijk verderop gingen allemaal bommen van vliegtuigen vallen precies onder het huis waar wij waren. Bij mijn oma ging een auto ontploffen en BOEM ik zat toen op de bank  die ging heel hard omhoog door de ontploffing van de auto onder het huis van mijn oma. Ik was toen echt bang, ik was aan het huilen van de angst.  Onze auto was ook beschadigd : de ramen waren kapot en de wielen waren beschadigd en toen schreeuwden allemaal mensen want die hadden familie die dood gingen naast hun oog van de militaircheckpoints over heel Syrië want alle mannen tussen 20 en 40 jaar oud moesten meevechten voor de oorlog en wie nee zei werd meteen doodgeschoten.

De volgende dag ging mijn moeder naar een automonteur, mijn vader kon niet gaan omdat er militaircheckpoints waren.  Het was een ingewikkelde situatie voor mij want ik wist niet waarom mijn vader altijd binnen moest blijven. Ik was bang dat er werd geschoten en waar je aan gewend was moest je verlaten bijvoorbeeld vrienden of je eigen huis. Ik kan nooit vergeten toen mijn moeder met mijn oom boodschappen wou doen en niet meer terugkwamen. Niemand wist waar zij waren of wat er gebeurd is en mijn vader kon niets doen anders werd hij gepakt en later hoorden wij dat ze allebei in de gevangenis zaten omdat ze uit een wijk komen waar iedereen tegen Assad was. Ik en mijn zusjes waren met mijn oma.
Wij bleven 9 dagen met mijn oma en toen kwam mijn vader terug en in 6 maanden had ik geen contact mijn moeder en mijn oom. Ik was zooooo blij dat er niets met ze was gebeurd. Ik kan nooit vergeten toen ze terug kwam, ze was zooo bang dat kan ik nooit vergeten en na 6 maanden was mijn moeder weer bij  mijn vader. Er was geen internet of elektriciteit en toen kwam mijn kleinste zusje Joman. We konden niet zo makkelijk melk voor haar kopen en toen besloot mijn vader om naar Algerije te gaan om daar voor ons een veilige plaats te vinden. Hij verkocht onze auto om een ticket te kopen voor hem zelf. Hij ging eerst zodat hij een huurhuis kon regelen en illegaal werk kon vinden zodat we daar niet op straat gingen leven en na 40 dagen zei mijn vader dat wij konden komen.
Ik was blij om mijn vader weer te zien en dat ik daar veilig was. Niet alleen ik maar ook mijn familie en na 10 maanden moesten we weg. We hadden geen verblijfsvergunning, daarna gingen we naar Tunesië om smokkelaars te vinden die ons naar Europa zouden smokkelen en daarna vond mijn vader twee van die mensen.  We gingen van een klein bootje naar een vissersboot en het kleine bootje sloeg om en we lagen allemaal in het water : mijn vader, mijn moeder, ik, mijn zusjes allemaal in het water. Niemand van ons kon zwemmen behalve mijn vader. Hij redde ons allemaal en daarna kon ik me niets herinneren tot we bij een eiland waren aangekomen en daar kwam de Italiaanse kustwacht. Eerst namen ze de kinderen en de vrouwen mee en de volgende dag de mannen en daarna kwamen we naar Nederland. Dit was mijn verhaal. Ik kwam hierheen om veiligheid. Als de oorlog in mijn land voorbij is ga ik meteen weer terug, ik wil mijn familie weer zien.