‘Want de mensch gaat naar zijn eeuwig huis’

De geschiedenis van de grote veldkei bij de oorspronkelijke hoofdingang van Berkenhove

Vanaf mijn twaalfde fietste ik jarenlang- op weg naar en van school – langs Berkenhove. De spreuk op de steen kwam nogal ernstig op mij over, maar tegelijk symbolisch. Het hoe en waarom van deze steen kende ik zestig jaar lang niet, totdat ik in gesprek kwam met mijn moeder. Zij bewaarde – zoals velen van haar generatie – een schat aan verhalen in haar hoofd, die nooit opgetekend werden.

Met de aanleg van de nieuwe begraafplaats Berkenhove werd in 1922 begonnen.
Dat is meteen ook het jaar dat broer en zus Hendrik en Lina Obbink van boerderij Groot Heinen in Lintelo huwelijksplannen maakten. Het wordt een dubbel huwelijk op woensdag 13 juni 1923 in Aalten. Hendrik trouwt met Mina te Paske van ’t Bokkel in Barlo en Lina met Jan Wikkerink van ’t Elzen in Miste.
Na de officiële plechtigheid bij de burgerlijke stand lopen de twee bruidsparen met hun gasten naar de hervormde kerk aan de markt. Drie van hen zijn hier gedoopt en eeuwenlang zijn er voetstappen gezet door vorige generaties. Het huwelijk wordt ingezegend door oom Herman Obbink uit Utrecht, tweelingbroer van vader Johan Obbink.

Twee jonge echtparen werken aan hun toekomst

Later die dag wordt de boerenbruiloft gevierd op het pas gebouwde ‘Nieuw Slaa’ in de Heurne, waar Hendrik en zijn Mina hun gemengd bedrijf gaan beginnen. Bruidsparen en gasten zullen de polka, wals en veleta gedanst hebben op de muziek van de trekzak. Lina en Jan op hun beurt nemen hun intrek in de nieuwe boerderij ’t Huinink in de Schaarsheide in Barlo. Dat huis kan tegenwoordig gevonden worden aan de Vragenderweg. Ze komen zeker niet in een gespreid bedje want de dennenbomen moeten gerooid en de heide moet ontgonnen worden tot vruchtbare grond. Maar er is meer: hun land ligt bezaaid met veldkeien. Ze weten wel dat zich een grote strook vol zwerfstenen bevindt tussen Eibergen richting Vragender en Barlo en dan verder naar Aalten. Maar dat het zó erg zou zijn…. Het is ‘dufteg äözen’. Jan graaft dag na dag vol ijver en doorzettingsvermogen de keien op en gooit ze aan de kant. Hendrik Obbink kan invoelen hoeveel gedoe zijn zuster en zwager hebben, want hij maakt het zelf mee. Een nieuwe boerderij bezitten is mooi, maar ook hij heeft een akker achter de boerderij vol veldkeien, taaie leem en oer.

Een forse zwerfkei
Op zekere dag vindt Jan Wikkerink een enorme granieten veldkei. Hij graaft er wat omheen en verbaast zich over het formaat. ‘Lina noo mo’j toch ‘ns kommen kieken’. Hij heeft hulp nodig. Met graafwerk en paardenkracht haalt hij samen met zwager Hendrik de kei omhoog. Hendrik Obbink bedenkt dat deze veldkei prima past bij de ingang van nieuw Berkenhove. Aalten heeft gekozen voor een locatie op de oude Aaltense es, aan de ‘grindte’ van de Barloseweg, precies achter de grote lindeboom.
Berkenhove achter de lindeboom

De Romienendiek – die dan nog Zelhemseweg heet – ligt aan de andere kant maar is op dat moment nog niet verhard. Dat gebeurt pas ruim na de oorlog. Het ontwerp is van Samuel Voorhoeve uit Oosterbeek (1880-1948). Het is niet bekend hoe Aalten bij hem terecht is gekomen. In feite ontwerpt hij alleen particuliere tuinen en parken in de Veluwezoom. Hij werkt in de landschapsstijl van eind 19e eeuw, beoogt ‘natuurlijk landschapsschoon’ en is nogal gecharmeerd van het benutten van geaccidenteerd terrein. Andere ontwerpen van hem zijn te vinden op landgoed Duno in Doorwerth, bij kasteel Verwolde in Laren (G) en kasteel Moyland in Kleve.

Keienslöppers

Aan de Barloseweg bevindt zich de officiële toegangspoort met daarop de tekst: ‘Rustplaats Berkenhove’. Net voor deze kerkhofingang op het voorterrein wordt de grote granieten kei uit Barlo geplaatst door de keienslöppers Jan Wikkerink en Hendrik Obbink. Met de zwaarste ijzeren kettingen hebben ze de kei aan de onderkant van de ‘lankwagen’bevestigd. Ze hebben thuis lang gezwoegd met hun Belgische paarden om die kei hogerop te krijgen. Deze paarden zijn beroemd om hun forse trekkracht en geschiktheid voor zwaar werk. De steen hangt dus eindelijk onder die wagen en dan kunnen de zwagers op weg. Ze moeten nog wel een paar keer stoppen omdat de steen over de weg sleept, wat niet de bedoeling is. Halverwege pauzeren ze aan de Lichtenvoordseweg bij café ‘De Kamp’ waar ze iets drinken. Dan spreken ze elkaar moed in want nu komt het er op aan voor de paarden: ze moeten de es op. Ze brengen het tot een goed einde.

Zeggingskracht van het voorterrein Berkenhove

Nu de grote steen eenmaal op z’n plek is, leggen ze nog wat kleinere stenen er omheen uit de Schaarsheide en Heurne, symboliek van noord- en zuid Aalten. Als dominee Derk Stegeman op visite is bij de familie Obbink vertelt Hendrik hem, dat er nu een kei ligt bij de ingang en vraagt of dominee nadenkt over een tekst met zeggingskracht. Met witte verf wordt korte tijd erna de spreuk uit Prediker 12:5 aangebracht: ‘Want, de mensch gaat naar zijn eeuwig huis.’ Linksonder komt het jaartal 1922. De tekst is goed getroffen: in de eerste plaats een verwijzing naar het hiernamaals, maar ook een mooie wenk naar de begraafplaats waar de mens zijn laatste rustplaats vindt.

ds. J.D. Stegeman (predikant Aalten 1913-1940)
Oud en Nieuw Berkenhove

Kort voor de oorlog verkopen Jan en Lina Wikkerink hun boerderij aan het jonge paar Jan en Liene Lammers-Obbink en verhuizen met hun kinderen naar ‘Dierkinck’ in Miste. Hendrik en Mina Obbink in de Heurne krijgen zeven kinderen; ze worden begraven in het familiegraf op Oud Berkenhove aan de Varsseveldsestraatweg. Lina en Jan zijn begraven in Winterswijk.
Rustplaats Berkenhove wordt in de loop der jaren in een aantal fasen flink uitgebreid. De huidige ingang bevindt zich vanaf 1960 aan de Romienendiek. Tegenwoordige bezoekers – vooral van elders – zullen wellicht geen weet hebben van de historische ingang aan de Barloseweg.

De cultuurhistorische waarde van het oudste deel van Berkenhove

Berkenhove werd ooit ontworpen als parklandschap binnen het omringende essenlandschap. Honderd jaar later blijkt dat die bedoeling gehandhaafd kon blijven: het dorp Aalten is uitgedijd, maar Berkenhove ligt nog steeds buiten de bebouwde kom!
De blik over het essenlandschap is als vanouds bijzonder mooi. Door de gevarieerde beplanting met bomen en heesters heeft het oudste deel van Berkenhove een karakter dat verwijst naar de schilderachtig-romantische begraafplaatsen uit de 19e eeuw. De hoofdstructuur met rechtlijnige grafreeksen, hoofd- en zijpaden bleef echter overheersen. De diverse grafmonumenten geven door vormgeving en materiaal een beeld van ongeveer driekwart eeuw funeraire kunst.
Dit oudste gedeelte van de begraafplaats – samen met de smeedijzeren toegangspoort en de veldkei met tekst op het voorterrein –vertelt de geschiedenis van de gemeente Aalten en zijn inwoners. Bijgevolg is dit beschermd gebied.
Toch bijzonder en uniek dat een zwerfsteen uit Scandinavië, uit de ijstijd ‘het Saalien’ (circa 150.000 jaar geleden) nu deel uitmaakt van het gemeentelijk monument Berkenhove.

Bronnen: Gemeente Aalten (Ingrid Oonk), website Boerderijen-Aalten (Remco Neerhof), archief familie Brethouwer-Obbink

De historie van Berkenhove in het kort 
In 1922 wordt het nieuwe terrein aangelegd voor de begraafplaats Berkenhove, als opvolger van de dodenakker aan de Varsseveldseweg (datering 1785-1790). Als locatie is gekozen voor de oude Aaltense es. Aanvankelijk was men echter van plan de begraafplaats op een heideterrein aan de Walfortlaan aan te leggen. Omdat de buurtschappen Lintelo en IJzerlo hiertegen bezwaar maakten (te ver weg) is gekozen voor de locatie bij de grote lindeboom die omklemd wordt door Barloseweg en Romienendiek.
De oorspronkelijke toegangspoort – dubbel smeedijzeren hekwerk tussen gemetselde zijmuren van twee meter – ligt aan de Barloseweg. De draaihekken zijn versierd met enkele siermotieven en een vlammotief. Bovenlangs is het hekwerk voorzien van de tekst: Rustplaats Berkenhove. Voor de poort bevindt zich een forse veldkei met de tekst uit Prediker 12: 5: ‘Want, de mensch gaat naar zijn eeuwig huis.’
Linksonder op de steen staat het jaartal 1922.
De Ringweg dateert uit de jaren dertig en de watertoren werd afgebouwd in 1943.
Net na de oorlog werd een strook langs de westrand van de algemene begraafplaats toegevoegd en in 1960 kwam er een rooms-katholiek gedeelte. Berkenhove kwam zo steeds meer aan de Romienendiek te liggen. Tegen het eind van de 20e eeuw is de begraafplaats ten noorden van de Koningsweg uitgebreid. Rond 2001 werd een islamitisch deel aangelegd. Rond 2005 werd een uitvaartcentrum gerealiseerd en kwam er in 2015 een urnen-en strooiveld. De begraafplaats heeft een monument voor het ongekende kind, een aantal oorlogsgraven en een gedenkzuil.