‘Wat was het goed om in uw midden te zijn.’

Interview met Riemer Faber            tekst: Liesbeth Greydanus                                                                     

Op 27 september 1987 deed ds. Riemer Faber intrede in Aalten. Na ruim 32 jaar werkzaam te zijn geweest in de kerkelijke gemeente van Aalten breekt er een nieuwe fase aan in zijn leven. Komende zondag 26 januari zal hij afscheid nemen in een dienst in de Oude Helenakerk. Eind november interviewde ik Riemer Faber bij hem thuis.

Op mijn vraag waarop hij zich het meest verheugt voor de tijd na zijn emeritaat zegt Riemer Faber: ‘Het niet meer van alles moeten. Nu zijn er altijd de druk en de onverwachte dingen. Ik verheug me er op dat ik straks gewoon kan plannen zonder een voorbehoud te hoeven maken. Ik weet al een beetje hoe dat voelt, want in de vakanties was ik altijd echt vrij. Buiten de vakanties om houd je toch altijd rekening met bijvoorbeeld een uitvaartdienst. Het lijkt me ook wel gek dat ik straks mijn eigen tijd kan indelen. Ik denk dat het in het begin nog niet zo gemakkelijk zal zijn. En ja, dan breekt de tijd aan van opruimen. Want na zoveel jaar werkzaamheden valt er veel op te ruimen. Ik verlang ernaar dat alles eenvoudiger wordt, dat ik niet meer zoveel ballen tegelijkertijd in de lucht hoef te houden.’

Waarmee gaat u uw tijd vullen behalve met dat opruimen?

‘Ik houd van wandelen en fietsen. Verder mag ik graag een legpuzzel maken en lezen. Daar heb ik te weinig tijd voor gehad. En behalve dat had ik ook als gevolg van mijn burn-out moeite met concentreren. Ik hoop dat dat straks weer beter zal gaan. Misschien ga ik ook wel een nieuwe hobby ontwikkelen. Mijn vrouw en kinderen hebben daar al suggesties voor gedaan. ‘Lachend: ‘Ik heb geen plannen om te gaan bridgen of zo, maar ik denk wel dat het goed is om iets nieuws te ontwikkelen.’

Wat zou de jonge Riemer Faber gedacht hebben over de Riemer Faber van nu?

Deze vraag verrast hem duidelijk en hij heeft moeite er een antwoord op te formuleren. Daarom draaien we de vraag om.

‘Wanneer ik terugkijk verbaas ik me over de werkkracht die ik toen had. Ik kon eindeloos doorgaan. Ik snap niet hoe ik het volgehouden heb. Vaak drie dagdelen lang en in het begin ook nog zonder vrije dag. Ja, ik verbaas me erover dat ik dat aankon. En terugkomend op de vraag zoals die werd gesteld: de Riemer van het begin dacht niet na over hoe je jezelf kunt tegenkomen in je werk en in je leven.’

Als vanzelf komt het gesprek op zijn burn-out en de periodes van ziek zijn en hoe hij daaruit is gekomen. Hoe kun je jezelf voeden bij een burn-out? Hoe kom je daar weer boven op?

‘Ik heb mijn burn-out gekregen door de werkdruk maar ook door persoonlijke omstandigheden. Na mijn ziekte en behandeling in 2004 heb ik lichamelijke klachten overgehouden. Die werden erger en dat werkte ook psychisch flink door. Het was geen gemakkelijke tijd. Begin 2015 knapte het lijntje. Tijdens mijn burn-out heb ik veel therapie gevolgd en ook veel gewandeld, bij voorkeur op rustige plekken waar ik niemand tegenkwam en met mezelf in gesprek kon gaan. Vaak zong ik dan psalmen of andere mooie liederen die me kracht gaven. Ik heb ook veel steun gehad aan de Arbo-arts, mijn collega’s en de kerkenraad die mij de tijd gaven om te herstellen. Heel fijn waren ook de lieve kaartjes uit de gemeente die maar bleven komen.’ Lachend voegt Riemer Faber eraan toe: ‘Maar de meeste steun ervoer ik van mijn vrouw en kinderen. Toen ik na mijn burn-out weer begon met werken gaf het pastoraat soms wel wat spanning: je komt voor de mensen maar zij zijn op hun beurt ook benieuwd naar hoe het met mij gaat. Dan zei ik meestal: ‘Wel goed hoor.’ Maar soms prikten mensen er doorheen. Dat was confronterend maar gaf ook een stuk verbondenheid. Het geeft je het gevoel dat je erkend wordt in wie je bent. Maar in je werk ben je er in eerste instantie voor die ander. Je moet een stukje professionaliteit in je hebben om daar goed mee om te gaan. Uiteindelijk heb ik na vele jaren onderzoek in maart 2019 een gecompliceerde operatie ondergaan die gelukkig goed heeft uitgepakt. Sindsdien voel ik me weer een stuk beter.’

Of hij ooit had gedacht zo lang in Aalten te zullen blijven, vraag ik hem.

‘Toen ik in 1987 in Aalten kwam, had ik niet het gevoel dat ik hier zo lang zou blijven. In je eerste gemeente houd je er rekening mee dat je na een aantal jaren weggaat. Maar toen ik hierheen kwam zei de scriba van mijn wijk tegen me: ‘Je moet wel beloven dat je langer blijft dan je voorgangers.’ Nou, dat is dan wel gelukt,’ lacht Riemer. ‘Ik kwam uit Kootstertille in de Friese Wouden en vond het fijn dat Aalten een grotere gemeente was waar je met meerdere collega’s werkt, en dat je dingen kunt bespreken. Toen we hier kwamen was ds. Dijkslag hier 17 jaar, Van den Berg en Gros waren er nog langer. Mijn vrouw en ik zeiden tegen elkaar: ‘Dat gaan wij zeker niet doen.’Lachend: ‘En kijk wat daarvan is terechtgekomen.’

Ze hebben wel lang met het idee gespeeld om weg te gaan, maar op een gegeven moment gingen de kinderen naar de middelbare school en kwam er ziekte in het leven van Riemer Faber en zijn vrouw. Ze besloten te blijven. Ook omdat het goed beviel hier in Aalten.

Jaren geleden hebt u een pelgrimsreis naar Santiago de Compostela ondernomen. Ik ben zo benieuwd of die reis later tijdens uw ziekte ook invloed heeft gehad en wat die invloed dan wel was.

‘Ja, die reis keert regelmatig terug in mijn gedachten, vaak in beelden. Ik heb over die pelgrimstocht later een dienst gehouden waarin het zinnetje ‘Komend langs velerlei wegen’ uit het oude Gezang 170 veelvuldig voorkwam. Een pelgrimsreis is eigenlijk een beeld van het leven dat je als mens leidt. Met hoogte- en dieptepunten. Soms zit je in een dal en zie je op tegen de volgende berg die op je pad komt. Je weet niet hoe je het moet redden. Aan de andere kant kun je soms door de ontmoeting met andere pelgrims nieuwe energie krijgen of op andere gedachten gebracht worden. Zo heb ik dat toen ervaren maar ook later: je maakt je soms zorgen maar meestal komt het goed, ook al gaat het anders dan gedacht.’

Terugkijkend op uw werkzame leven zijn er natuurlijk veranderingen geweest. Kunt u aangeven welk moment in uw carrière u als een wending in uw werk hebt ervaren?

‘Met name in het pastoraat is de wending groot geweest. Sinds de detachering zijn de wijken groter geworden. Dat heeft het pastoraat behoorlijk beïnvloed. Om een voorbeeld te geven: in mijn eerste jaar in Aalten heb ik naast de andere werkzaamheden bijna 600 kennismakingsbezoeken afgelegd in mijn wijk. Daar ging veel tijd in zitten maar het heeft ook veel opgebracht. Ik leerde de mensen kennen en wist precies hoe mijn wijk in elkaar zat. Bij het groter worden van de wijken is dat lastiger geworden. Je zoekt mensen nu voornamelijk op bij ziekte of andere problemen. Daar gaat zoveel tijd in zitten dat er steeds minder ruimte is om mensen spontaan op te zoeken.

Ik begrijp heel goed dat we in de huidige situatie anders moeten werken. We mogen het basispastoraat toevertrouwen aan de bezoekmedewerkers. Zij doen belangrijk werk. Maar dat neemt niet weg dat ik best wel eens met heimwee terugdenk aan vroeger toen het pastoraat afwisselender was. Ik weet nog wat ds. Van den Berg eens tegen me zei: ‘Ga niet teveel moeilijke bezoeken doen op een dag, maar zorg voor afwisseling.’ Dat houdt het voor jezelf ook wat ontspannen.’

Dat het pastoraat Riemer Faber na aan het hart ligt blijkt uit het vervolg van ons gesprek.

‘Het pastoraat geeft mij vaak energie. Je praat met mensen over wat hen bezighoudt. Het is verbazingwekkend hoe open mensen zijn. Ook het crisispastoraat geeft energie. Bij sterfgevallen bijvoorbeeld besef je dat je een mooie en belangrijke taak hebt en dat je werk ertoe doet.’ Riemer Faber is ervan overtuigd dat het pastoraat  belangrijk blijft in de toekomst. Sinds zijn ziekteverlof woont hij, in overleg, geen vergaderingen meer bij. ‘Dat geeft mij meer ruimte om bezoeken af te leggen. Toen ik hoorde dat ik 4 maanden eerder met pensioen kon, bedacht ik dat ik in elk geval mensen met wie ik veel heb meegemaakt nog een keer wilde bezoeken. Maar ik moet mijn lijstje telkens weer inkorten. Er is tijd nodig om voor te gaan in diensten en het pastoraat bij ziekte en sterfgevallen vergt eveneens tijd en heeft natuurlijk voorrang. Toch blijf ik ruimte zoeken om afscheidsbezoeken af te leggen al zie ik nu al wel in dat het niet gaat lukken zoals ik het me in eerste instantie had voorgesteld.’

Of hijzelf nog iets kwijt wil…

‘Ik vind het heel fijn dat ik weer volledig aan het werk ben en zo afscheid kan nemen. Wat ik zo bijzonder vind is dat ik de laatste jaren veel positieve reacties krijg zonder dat ik het gevoel heb dingen anders te doen. Misschien dat het door wat je hebt meegemaakt het meer doorleefd overkomt. Ik ben er in elk geval heel blij om.’Op mijn vraag of die reacties alleen voor zijn diensten gelden antwoordt Riemer: ‘Ook in mijn bezoeken ervaar ik het. Ik voel vaak een heel sterke verbondenheid met de mensen. Waar ik ook dankbaar voor ben is dat ik voor mezelf nooit het gevoel heb gehad dat ik uitgekeken was op Aalten en volgens mij geldt dat omgekeerd ook. Laatst vroeg een ouderling na de dienst wanneer ik precies wegging. Toen ik zei: ‘Op 26 januari. Dat het tijd was om te stoppen, reageerde die ouderling: ‘Vin’ i-j ’t neudig?’ Daar moest ik om lachen en ik kreeg ik er een heel warm gevoel bij. Maar op de suggestie dat ik toch zeker nog wel eens voor zou gaan in diensten heb ik meteen gezegd dat ik dat voorlopig niet ging doen. Ik wil mezelf de tijd geven om echt los te komen van mijn werk en te genieten van mijn emeritaat. Het is goed zo. Ik kijk met dankbare verwondering terug op al die jaren in Aalten waarin ik zoveel mensen heb mogen leren kennen, in zoveel diensten heb mogen voorgaan, zoveel gesprekken met jongeren heb mogen voeren in catechesegroepen en bij zoveel belangrijke momenten in het leven van mensen een rol heb mogen spelen: bij huwelijkssluitingen, doopdiensten maar ook bij uitvaartdiensten. Wat was het goed om in uw midden te zijn. Ik heb me altijd thuis gevoeld in de gemeente, in de mooie maar ook in de verdrietige dingen.’

Vanavond, 24 januari 2020, is de afscheidsbijeenkomst van Ds. Faber in de Zuiderkerk vanaf 19.00 uur en zondag aanstaande, 26 januari, zal de afscheidsdienst zijn in de Oude Helenakerk, aanvang 9.30 uur.