Column Anneke Anders

Nog niet zo lang, mam!

Je hebt slordig, daarna rommelig en uiteindelijk chaos.

Ruim je af en toe je kamer op?’ vraag ik aan mijn zoon, na voor de zoveelste keer de chaos in zijn kamer te hebben aanschouwd. ‘Soms’, is het antwoord. ‘Ik dacht dat je daar een vaste dag voor had ingepland’, zeg ik. ‘Ja, maar ik vind het niet altijd nodig. Ik weet wel waar alles ligt hoor.’ Ja, iedereen heeft recht op zijn eigen chaos. ‘Oké’, zeg ik, ‘maar soms moet je het ook schoonmaken, want het wordt steeds stoffiger en viezer.’ ‘Dat valt wel mee, mam’, antwoordt hij. In gedachten zie ik de chaos in zijn kamer; een overvolle prullenbak, boeken, computeronderdelen, snoertjes, snuisterijen, speelkaarten, zakdoekjes, kaarsen, enz. De kamerdeur gaat open en inderdaad, zowel de vloer als zijn tafel liggen bezaaid. Alleen zijn vitrinekast is netjes. Toegegeven, ik kan, met een beetje schuiven en opletten, nog door zijn kamer lopen. Dus het opruimen heeft uiteraard geen haast. Tegelijk weet ik dat hij moeite heeft met overzicht en daarom stel ik voor om samen zijn kamer op te ruimen. ‘Ik zal niets verplaatsen zonder jouw toestemming. Jij mag zeggen waar het heen moet. Dan kan je het zelf weer terugvinden.’ Na enige aarzeling stemt hij in. Ik vind dat bij opruimen ook hoort dat je ‘nutteloze’ dingen wegdoet. Hij weet dat en zegt meteen; ‘Je bent altijd zo weggooierig mama. Je mag niets weg doen!’ Dus verzinnen we voor elk briefje, kaartje, bierdopje, balletje, stickertje, een plek. Opeens zie ik ergens op de tafel iets grijzigs en ‘wolligs’. Het is een drinkbeker in de vorm van een doodskop met een rietje erin. Als ik beter kijk, zie ik dat het vol zit met schimmel. ‘Hoelang staat die beker hier al?’ vraag ik. ‘Nog niet zo lang hoor’, zegt hij. ‘Nou hij zit helemaal vol met schimmel. Kijk maar’, zeg ik. ‘Dat kan echt niet. Ik heb hem heel goed schoon gemaakt.’ In gedachten zie ik hem de beker omspoelen met water, en ik zeg: ‘Het is toch zo. Kijk maar.’ Verbaasd constateert hij dat het toch echt zo is. ‘Het is een ‘glow in the dark’ beker en daarom heb ik hem hier neergezet’, zegt hij. ‘Misschien zijn het dan wel lichtgevende schimmels’, opper ik, ‘maar het lijkt me toch verstandig om hem even goed af te wassen. Hoe lang staat hij hier al?’ vraag ik nogmaals. ‘Nog niet zo lang, mam!’ roept hij terwijl hij met de beker wegloopt. Toevallig weet ik nog precies wanneer hij deze beker heeft gekregen. Dat was vier maanden geleden. Ik weet het … tijd is een rekbaar begrip. En ach, voor een jongere valt vier maanden schimmel kweken nog best wel mee. Ik ga verder met opruimen. Ik ben benieuwd wat ik nog meer tegen ga komen.