Meditatie
Ruimte
Mensen hebben tegenwoordig ontzettend veel ruimte om te geloven en te denken wat ze willen. Mijn man kijkt regelmatig films die zich afspelen in de Middeleeuwen. Soms kijk ik met licht afgrijzen een stukje mee. Mijn beeld van die tijd is dat er werd gemoord alsof een mensenleven niets waard was. En dat voor een stukje grond of voor macht. In dat opzicht vind ik dat we (hier in Nederland) als mensheid gelukkig behoorlijk vooruit zijn gegaan.
Toch merk ik dat er onder ouderen veel zorgen leven over de toekomst van de jeugd. Velen voelen zich niet meer verbonden met een kerk. Sterker nog, veel jongeren weten nauwelijks nog wat kerkgang is of waarom mensen daar vrijwillig voor zouden kiezen. Dat betekent echter niet dat mensen geen behoefte meer hebben aan inspiratie. Alleen al in Nederland worden jaarlijks ongeveer twee miljoen zelfhulpboeken verkocht. Levensvragen zijn van alle tijden.
Toch is dit voor PKN-kerken een moeilijke tijd. Hoe spreek je mensen nog aan in een samenleving die steeds individualistischer wordt?
Een aantal kernwaarden die vandaag de dag belangrijk zijn, zijn zelfontplooiing, onafhankelijkheid, persoonlijke vrijheid en autonomie. Dat staat soms haaks op de waarden die veel kerkgemeenschappen willen uitdragen: verbondenheid, naastenliefde, dienstbaarheid en vertrouwen in God en in elkaar.
Tegelijkertijd zijn die moderne waarden niet zomaar ontstaan. Vrijheid is een groot goed geworden na jaren van onderdrukking en controle. Ook onafhankelijkheid is, zeker voor vrouwen, een belangrijke waarde geworden. Lange tijd hebben mannen een machtspositie gehad waarin die macht niet altijd goed werd gebruikt. Veel vrouwen leerden daardoor dat het veiliger was om niet afhankelijk te zijn. Misschien heeft die ontwikkeling er ook aan bijgedragen dat wederzijdse verbondenheid tegenwoordig minder vanzelfsprekend is geworden.
We leven in een tijd waarin er veel ruimte is om te geloven en te denken wat je wilt. Toch merk ik dat er niet altijd veel vertrouwen is in elkaars zoektocht. Binnen kerken zijn er soms twijfels over de bronnen en motieven van mensen zonder geloof. En andersom wordt geloof geregeld met afstand bekeken, alsof mensen ‘er nog wel achter komen’ of niet goed genoeg nadenken.
Misschien kijken mensen over duizend jaar wel met dezelfde verbazing terug op onze tijd als ik nu naar de Middeleeuwen kijk. Niet omdat we elkaar met zwaarden te lijf gaan, maar omdat we soms zo tegenover elkaar zijn komen te staan dat er weinig ruimte overblijft voor de zoektocht van een ander. Paulus schrijft in 1 Thessalonicenzen 5:21: Onderzoek alles, behoud het goede. Dat vraagt niet alleen om de moed om zelf te zoeken, maar ook om de ander die ruimte te gunnen.
Kunnen wij de zoektocht van een ander verdragen, ook als die anders is dan de onze?
Nadine Stemerdink-Bongen