Overdenking

Gebed bij de startzondag

U die voor mij uitgaat

Heer,

Als ik eerlijk ben: 
mijn leven lijkt zo vaak een doolhof. 
Ik zoek mijn weg, maar steeds weer kom ik op dezelfde paden 
en heb ik het gevoel terug bij af te zijn. 

Aan U de toekomst? 
Ik geloof het wel, maar bespeur er zo weinig van. 
Niet alleen in mijn eigen hart en leven, 
maar ook als ik de krant lees en het journaal zie. 

Vol hartstocht bid ik:
‘Laat komen, Heer, Uw rijk, Uw koninklijke dag…’
Maar hoe lang bidden mensen dit al?
Soms bekruipt me het gevoel: heeft het wel zin om dit te blijven bidden?
Is het leven niet een eeuwige wederkeer van groeien, bloeien en verzinken?
Van ‘er is een tijd van vrede en een tijd van oorlog’?
Gloort Uw toekomst wel of is morgen niet anders dan vandaag? 

Vanuit mijn twijfel roep ik tot U: 
laat Uw woord een lamp voor mijn voet en licht op mijn pad zijn
zodat Uw weg zichtbaar blijft 
ook al loopt die door de zee 
en kom ik steeds weer langs start. 

Houd mij gaande,
ga mij voor, Uw toekomst tegemoet. 

Amen. 

Dit gedicht is van ds. A. de Reuver en onderdeel van het nieuwe gebedenboek dat aansluit bij het jaarthema van de Protestantse Kerk ‘Van U is de toekomst’. De 70 gebeden zijn geschreven door predikanten uit de Protestantse Kerk, waaronder René de Reuver, Janneke Nijboer, Paul Visser en Trinette Verhoeven.

U kunt het gebedenboekje gratis bestellen.

www.protestantsekerk.nl/nieuws/nieuw-gebedenboek-u-die-voor-mij-uitgaat-bestel-gratis/

Telt alleen goud?

‘Ik heb de goede strijd gestreden, de wedloop volbracht, het geloof behouden. Nu wacht mij de krans van de gerechtigheid die de Heer, de rechtvaardige rechter, aan mij zal geven op de grote dag en niet alleen aan mij, maar aan allen die naar zijn komst hebben uitgezien.’

Bij deze woorden van Paulus uit 2 Timoteüs 4 moest ik denken aan onze landgenoot Nageeye die op de Olympische marathon in Tokio afgelopen maand zilver haalde. Bij wedloop denk ik aan een marathon. Dit was een ongekende prestatie om onder heel zware omstandigheden na 42 kilometer en 195 meter als tweede binnen te komen. Bovendien loodste hij ook nog zijn vriend de laatste kilometers naar een bronzen medaille. Op een ontroerende manier. Na deze zo heel bijzondere prestatie gunde ik Nageeye van harte de bekroning als hij terug zou komen in Nederland. Helaas zat dat er niet in. Toen hij terug was in Nederland ontving hij geen koninklijke onderscheiding, geen lintje, want het was zilver en geen goud! Je krijgt een lintje als het goud is. Zo hebben we dat afgesproken in dit land.

Gelukkig gaat het er bij de Heer anders aan toe.

Daar mogen we op vertrouwen als we Paulus met zoveel zekerheid horen spreken over de krans van de gerechtigheid die de Heer, de rechtvaardige rechter, aan hem zal geven als hij de wedloop, de marathon van het leven, heeft volbracht.

En niet alleen aan mij, zegt Paulus, maar aan allen die naar zijn komst hebben uitgezien. Paulus zou de laatste zijn die van zichzelf zou zeggen dat hij goud gewonnen heeft en daarom die krans van de gerechtigheid wel heeft verdiend. Dat zegt hij ook niet. Hij zegt dat hij bij al zijn vallen en opstaan in zijn leven naar Jezus heeft uitgezien. Dat geeft hem de rust en de zekerheid dat zijn dood niet het einde zal zijn, maar een begin van een geluk groter dan hij kan bevatten. Wat een vreugde en innerlijke rust mag dat besef ook ons geven, dat ook wij tijdens onze marathon van het leven geen goud hoeven te halen.

Ds, H.J. Zeldenrijk