ach, Heer, hoor wat ik zeg, luister toch naar mijn bidden en smeken. (Psalm 130:1)
Nog even en het is Pasen. Nog even en dan is het lijden over.
Was dat maar zo. In het kerkelijk jaar bevinden we ons nu in de lijdenstijd, maar na 5 april zal het lijden niet over zijn. De oorlog in Oekraïne woekert voort, de strijd in het Midden-Oosten lijkt nog niet voorbij en het persoonlijk lijden in veel huisgezinnen zal voort sudderen.
En toch zal het Pasen worden. Ondanks alle lijden in de wereld. Zowel goede als slechte mensen worden getroffen door lijden. De eeuwige vraag van het waarom van het lijden krijgen we niet beantwoord. De schrijver van Psalm 130 lijdt, maar doet dat niet alleen. Hij betrekt God erbij. Door te bidden, door te smeken zelfs. Hij vertrouwt op God. En hij wacht.
Wachten tot het Pasen wordt. Wat kan dat lang duren. Wat moet je daar vaak veel geduld voor hebben. Het Latijnse woord voor geduld is patientia en hangt etymologisch samen met lijden. Wachten zou je ook met geduld kunnen vertalen. Dit suggereert dat lijden ook gepaard gaat met ‘het uitzitten’. Veel ouderen en zieken herkennen dat. Ze zitten hun leven uit tot het lijden over is en hun overlijden een feit. Dan zal het voor hen eeuwig Pasen zijn. Tenminste, als je gelooft in de Here Jezus als Verlosser en Heiland.
Jezus ging ons het leven voor. Kolossenzen 1:18 zegt het zo duidelijk: Hij is het hoofd van het lichaam, de kerk. Oorsprong is Hij, eerstgeborene van de doden, om in alles de eerste te zijn.
Als een baby wordt geboren, komt als het goed is eerst het hoofdje eruit. Dan volgt de rest van het lichaam. Dat geldt ook voor de opstanding van Jezus en voor onze opstanding. Jezus heeft het lijden meegemaakt evenals de dood, maar hij heeft ook de opstanding al meegemaakt. Jezus heeft beloofd dat het lichaam het hoofd zal volgen. Ik leef en ook jullie zullen leven, zegt Hij in Johannes 14:19. Als we verenigd met Hem zijn, hebben we de garantie dat er na lijden en dood opstanding zal zijn en een nieuw leven.
Het lijden heeft niet het laatste woord in deze wereld. God kwam als mens naar deze wereld om met ons mee te lijden. Uit liefde gaf God Zijn grootste schat aan deze wereld om ons te redden. Om ons leven te geven. Om hoop te geven in het lijden. De schrijver van Psalm 130 ervoer daar al het een en ander van: Ik ga door een diep dal, maar mijn hart kijkt uit naar de Heer