Boekenplein

In deze rubriek treft u boekenrecensies, besprekingen en aanbevelingen aan. Het zijn boeken die altijd iets met geloof en/of religie te maken hebben. Het kunnen ook boeken zijn die door lezers van KerkVenster aanbevolen zijn om te lezen.
Boeken zijn altijd te bestellen via de boekhandel.

Het bewezen belang van geloofspraktijk

 

Tekst en foto’s: ds. Ada Endeveld

 ‘In het algemeen maken religieuze en spirituele gebruiken mensen gelukkiger, gezonder en minder depressief. Aan de andere kant, als je zulke gebruiken afgezworen hebt, loop je grote kans ongelukkiger, ongezonder en depressiever te worden. Militant atheïsme zou een bijsluiter moeten hebben die waarschuwt voor gezondheidsrisico’ , schrijft Rupert Sheldrake in zijn boek Science en Religious Practices. (Wetenschap en religieuze gebruiken, pag. 204 vertaling Ada E.)

 

 

Dit boek wil ik hier bespreken.

Rupert Sheldrake (geboren 1942) is een Engelse professor in de biologie in ruste, die van atheïstische student via religieuze interesse en meditatie in India, weer terugkwam bij de religie van zijn familie: het christendom. Hij is een originele denker, die baanbrekend en controversieel wetenschappelijk werk heeft verricht en uitvoert.

De zeven gebruiken, die hij bespreekt zijn:

·        het stiltegebed (meditatie),

·        dankbaarheid,

·         verbinding maken met wat groter is dan wij,

·        de band met planten,

·        rituelen en het verleden herleven,

·        samen zingen en de kracht van muziek,

·        pelgrimage en heilige plaatsen.

 

Hij beschrijft deze gebruiken en toont door wetenschappelijke onderzoeken aan, hoe ze helend zijn voor mensen die zich ermee bezighouden. Eigenlijk kent elke godsdienst deze gebruiken, sommige meer nadrukkelijk dan andere. Sheldrake eindigt elk hoofdstuk met praktische oefeningen of aanbevelingen om het gebruik in je leven een plaats te geven. Hij geeft aanwijzingen voor gelovigen en ongelovigen, om ze in praktijk te brengen.

Ik vind dit boek een verademing. Natuurlijk weten wij als gelovigen wel dat het rust geeft om te bidden, dat zingen je optilt, dat het goed is om je zegeningen te tellen en fijn om op vakantie een kerk binnen te lopen. Meestal worden deze dingen als positief gezien door de gelovigen, terwijl anderen ze achterhaald vinden. Wat ik een verademing vind, is dat deze positieve ervaringen wetenschappelijk aantoonbaar een goed effect hebben op onze kwaliteit van leven. Door buitenstaanders nutteloos geachte handelingen blijken voor iedereen aantoonbaar van waarde. Ook rituelen die vaak aan ons voorbijgaan en waar we ons wel eens van afvragen wat het eigenlijk betekent, blijken heilzaam. Het is  verfrissend om eens heel anders te kijken naar iets als ‘symbolisch bloemschikken’. Zonder planten missen we volgens Sheldrake in de kerk iets essentieels. De eerste drie van de gebruiken die hij aansnijdt, wil ik uitvoering behandelen. Dat levert al genoeg tekst op. Andere religieuze gebruiken komen wellicht op een andere manier of een andere keer aan de beurt.

 Alle religies kennen vormen van meditatie, inclusief de christelijke. Het is de spirituele praktijk die zich het meest op inkeer richt. Meditatie wordt in onze christelijke traditie ook wel ‘stiltegebed’ genoemd: een gebed waarbij je geen gedachten formuleert, maar in stilte de gedachten die bij je boven komen aan de kant schuift en jezelf leegmaakt voor God. Monniken praktiseren dit gebed onder andere als deel van ‘lectio Divina’ een manier van Bijbellezen, waarbij je de tekst uit de Bijbel rationeel overweegt, vervolgens bevoelt op hoe de tekst tot jou spreekt, daarna formuleer je een antwoord en tenslotte ben je stil. In de stilte laat je alles wat door je heen is gegaan los. Ook in andere tradities gaat het soms om je gedachten stil te laten vallen, maar je kunt ook een woord of (Bijbel)tekst als focuspunt van je meditatie gebruiken. In mindfullness, een geseculariseerde vorm van boeddhistische meditatie is er ook een vorm waar je je mediterend richt op het steeds meer liefhebben van alles

(loving-kindness meditation). Sheldrake vertelt door middel van wetenschappelijke onderzoekingen, dat onze breinactiviteit verandert door meditatie. Hoe langer en vaker je het praktiseert, hoe meer gamma-stralen onze hersenen produceren als ze gemeten worden. Meditatie vermindert mogelijk piekeren, obsessies, smachten, fantasieën en jezelf in gedachten verliezen. Dat zijn de activiteiten waar ons brein mee bezig is als we zonder gerichte taak zijn. Het wordt het DMN (Default Mode Network), in het Nederlands default netwerk genoemd. Dit is een deel van ons brein dat we nodig hebben om te functioneren, maar dat soms moeilijk is stop te zetten. Iedereen die ‘s nachts heeft liggen piekeren, kent de nadelen van deze toestand. Meditatie gaat dit tegen, maar ook extreme sporten waarbij je enorm gefocust moet zijn op je volgende stap of beweging (bergbeklimmen). De aanbevelingen die hij aan het eind van het hoofdstuk geeft zijn: breng tijd in stilte door en ga mediteren op de manier die bij uw religie hoort (mindfullness voor de a-religieuzen)

 Het tweede hoofdstuk heet de stroom van dankbaarheid (the flow of gratitude). Hij stelt dat dankbaarheid het tegenovergestelde is van alles in het leven voor lief nemen. Zodra we stoppen met alles in ons leven als vanzelfsprekend te zien, blijkt dat we bijna overal dankbaar voor kunnen zijn. Dankbaarheid uiten beïnvloedt ons leven positief. Dit is onderzocht in de ‘positive psychology’  sinds het jaar 2000. De ‘dankbaren’ zijn minder geneigd te klagen, hebben een betere gezondheid, zijn meer geneigd het goede voor hun gezondheid te doen en  zijn aardiger voor anderen. Het enige nadeel is dat dit gegeven in sommige bedrijven wordt uitgebuit. Werknemers, die slecht behandeld worden, krijgen te horen dat ze hun eigen ellende veroorzaken, omdat ze niet dankbaar zijn, terwijl het bedrijf hen onderbetaalt en werknemersrechten afpakt. Dan is dankbaarheid een valstrik. Als er geen misbruik van wordt gemaakt door anderen is dankbaarheid een goed iets, wat onderling samenleven bevordert. Mensen die geen dankbaarheid kennen, worden eerder gemeden door anderen en zijn zelden populair. Sheldrake haalt de neuroloog Oliver Sacks aan die het boek Dankbaarheid schreef toen hij stervende was aan kanker. ’Ik kan niet net doen alsof ik nooit bang ben, maar mijn belangrijkste gevoel is dankbaarheid. Ik heb liefgehad en ik ben liefgehad. Ik heb veel ontvangen en ik heb iets terug kunnen geven….

Boven alles: ik ben een wetend wezen geweest op deze prachtige planeet, en dat op zichzelf is een groots privilege en avontuur.’ Dankbaarheid  tonen is jezelf verbinden met deze leven-oproepende stroom. De aanbevelingen zijn: tel elke dag weer de dingen waar u dankbaar voor bent (alle ouderen zingen nu zachtjes: ‘tel uw zegeningen’) en dank voor het eten. Niets is vanzelfsprekend.

‘ Opnieuw een band aangaan met een bovenmenselijke wereld’  heet het  hoofdstuk dat de eerste geschiedenis induikt. Het beschrijft hoe de kerkvaders voor en in de middeleeuwen het goddelijke verborgen zagen in de wereld om hen heen. Pas met de verlichting verandert dat en dan ziet men God als de ‘horlogemaker’ terwijl de wereld het horloge is. Later wordt God in de wetenschap helemaal uit het verhaal geschreven en geloven wetenschappers alleen dat materie echt is. Niet materiële dingen bestaan niet, de ziel, een geest en zelfs bewustzijn wordt gezien als iets wereldvreemds. Toch is dat laatste voor wetenschappers enigszins een probleem, omdat ze zelf bewustzijn hebben. Waar komt dat dan vandaan? De theologie nam ondertussen in de wetenschap een steeds kleinere plaats in en ging eigenlijk over iets dat volgens de wetenschap niet bestaat. Het tij lijkt te keren. Een paar wetenschappers  in Amerika zijn overgestapt van hard materialisme naar de aanname dat  bewustzijn bestaat, maar niet alleen in mensen, maar in alle dingen die zichzelf in stand houden: mensen, dieren, atomen, planeten. Als de planeten bewustzijn hebben, misschien heeft ook de kosmos een bewustzijn, een innerlijk en wellicht komt dat heel dicht bij wat men wel bij God ervaart. Sheldrake geeft hier een soort van wetenschappelijke grond voor het bestaan van God, dat wat boven ons uit stijgt.  Zo komt hij hier via de wetenschap uit bij een reden om  de zon te groeten, of het water, of andere dingen in de natuur, zoals Fransiscus doet in het zonnelied gezang 400 uit het oude liedboek: ‘Gelooft om gans uw creatuur, ten eerste om dat blinkend vuur, die warme schitterende bron, de heer des hemels broeder zon’. Zijn aanbevelingen zijn om een plek in de natuur te zoeken, waar je je op je gemak voelt en verbonden met alles om je heen, onder je geliefde boom in de tuin, op het strand of in het veld. De andere aanbeveling is de zon te groeten bij opkomst of ondergang en te danken voor de energie, waar al het leven uit voortkomt.

Het boek gaat ook nog in op onze relatie met planten, het belang van oude rituelen, muziek die ons optilt en de bijzondere plaatsen die we bezoeken. Bovendien blijkt dat ook de schrijver zelf al aan het broeden is op een volgend boek met nog meer religieuze gebruiken. Ik hoop in ieder geval dat u als lezer een indruk heeft gekregen van dit nieuwste boek van een bijzondere professor in de biologie, die via de exacte wetenschap het belang van godsdienstige gebruiken wil aantonen en dat mijns inziens heel overtuigend doet.

Boeken:

Rupert Sheldrake, Science and Spiritual Practices, Londen 2017

Oliver Sacks, Gratitude, Londen 2015